Haruki Murakami in het kort
Haruki Murakami (Kyoto, 1949) groeide op in een gezin waar beide ouders Japanse literatuur doceerden, maar raakte als jongere juist in de ban van westerse schrijvers: Kafka, Vonnegut, Kerouac. Die oriëntatie leverde hem binnen het Japanse literaire establishment lange tijd het etiket "un-Japanese" op. Voor hij begon te schrijven, runde hij van 1974 tot begin jaren tachtig samen met zijn vrouw Yoko de jazzbar Peter Cat in Tokio. Pas na zijn dertigste zette hij de stap naar fictie. Zijn debuut Luister naar de wind verscheen in 1979, gevolgd door Flipperen in 1973 en De jacht op het verloren schaap — drie boeken die de toon zetten: een mannelijke, vaak naamloze ik-verteller, jazz en popmuziek op de achtergrond, en een werkelijkheid die ongemerkt kantelt. De doorbraak kwam in 1987 met Norwegian Wood, een relatief realistische roman die in Japan miljoenen keren verkocht werd. Sindsdien schreef hij monumentale romans als De opwindvogelkronieken, Kafka op het strand, 1Q84 en De moord op Commendatore, naast verhalenbundels en non-fictie. Zijn handtekening is intussen herkenbaar: een soepel vertellende ik-figuur, een traag inzakkende werkelijkheid waarin pratende katten en parallelle werelden hun intrede doen, en een montuur van westerse popcultuur — Beatles, jazzplaten, whisky, spaghetti.
Waarover ik praat als ik over hardlopen praat — voor wie eerst wil weten hoe Murakami denkt
Dit is geen roman maar een persoonlijke verkenning van schrijverschap en discipline, verschenen in 2007. Murakami beschrijft hoe hij in 1982 zijn jazzclub verkocht om zich volledig op schrijven te richten, en hoe hardlopen vanaf dat moment deel werd van zijn dagelijkse routine. Hij volbracht meerdere marathons, triatlons en in 1996 een ultramarathon van 100 kilometer rond het Saromameer. Het boek verbindt die fysieke discipline met het schrijven van lange romans: beide vereisen geduld, uithoudingsvermogen en een lange adem. Voor lezers die willen weten wat Murakami drijft voordat ze aan zijn fictie beginnen, biedt dit boek een directe ingang. Je leest hoe hij zijn schrijfproces organiseert, hoe hij denkt over talent versus discipline, en waarom hij liever 's ochtends vroeg schrijft. Het is compact, toegankelijk en geeft context bij de traagheid en herhaling in zijn romans — die traagheid is geen toeval maar onderdeel van een bewuste methode. Wie hierna besluit een roman te pakken, begrijpt beter waarom Murakami schrijft zoals hij schrijft.
Norwegian Wood — voor wie melancholisch realisme zoekt
De roman die Murakami in 1987 tot een nationale beroemdheid maakte in Japan, en op het eerste gezicht zijn minst karakteristieke werk. Norwegian Wood is genoemd naar het Beatles-nummer en vertelt over een student die terugkijkt op zijn jaren in Tokio en zijn liefde voor twee zeer verschillende vrouwen. Geen pratende katten, geen parallelle werelden, geen magisch-realistische wendingen. Wat je wel aantreft: een melancholische toon, een naamloze ik-verteller die terugkijkt op verlies, en een setting waarin muziek — Beatles, popmuziek uit de jaren zestig — een voortdurende rol speelt. De roman is relatief kort, de zinnen zijn helder, de structuur lineair. Voor lezers die nieuwsgierig zijn naar Murakami maar afhaken bij te veel surrealisme, is dit het beste startpunt. Het boek laat zien hoe Murakami eenzaamheid en verlies beschrijft zonder magische elementen, en verklaart waarom hij in Japan zo'n enorme impact had: hij schreef over emotionele afstand op een manier die voelde als een breuk met de Japanse literaire traditie. In 2010 werd het verfilmd door Trần Anh Hùng. Wie hierna meer wil, merkt dat de thema's — eenzaamheid, zoeken naar een verdwenen liefde, een traag inzakkende werkelijkheid — in vrijwel al zijn andere werk terugkeren, maar dan met een magisch-realistische draai.
Kafka op het strand — voor wie de magisch-realistische Murakami wil ontdekken
Dit is de roman die vaak wordt aangeraden als eerste kennismaking met de volledige Murakami-ervaring: magisch-realistisch, relatief toegankelijk qua structuur, en een goede balans tussen realisme en het absurde. Verschenen in 2002, volgt het boek twee parallelle verhaallijnen. De eerste: Kafka Tamura, een vijftienjarige jongen die op zijn verjaardag wegloopt van huis om te ontsnappen aan zijn vader. De tweede: Satoru Nakata, een gehandicapte man op leeftijd die na een mysterieus incident in zijn jeugd het vermogen verloor om te lezen en schrijven, maar wel met katten kan praten. De twee verhalen bewegen langzaam naar elkaar toe, terwijl vissen uit de hemel regenen, een steen een rol speelt in een parallelle wereld, en een bibliotheek in een klein stadje het middelpunt wordt van iets dat niet helemaal te benoemen valt. Wat deze roman toegankelijk maakt: de hoofdpersonen zijn concreet, de setting is herkenbaar (een bibliotheek, een snelweg, een bos), en de magische elementen worden geleidelijk ingevoerd. Je zakt mee in de werkelijkheid zonder dat het voelt als een breuk. Voor wie na Norwegian Wood meer wil, of juist meteen wil weten waarom Murakami internationaal zo geliefd is, is dit het boek om mee te beginnen. Het laat zien hoe hij parallelle werelden inzet als metafoor voor innerlijke zoektochten, zonder dat je een handleiding nodig hebt om het te volgen.
1Q84 — voor wie in een wereld wil verdwijnen
Dit drieluik, verschenen tussen 2009 en 2010, is Murakami op zijn meest ambitieus en magisch-realistisch. Het volgt twee hoofdpersonen, Aomame en Tengo, die in 1984 in Tokio leven maar langzaam ontdekken dat hun werkelijkheid is verschoven naar een parallelle versie van dat jaar — een wereld met twee manen, een gewelddadige religieuze sekte, en een geheimzinnige jongen die een verhaal schrijft dat de grens tussen fictie en werkelijkheid doet vervagen. De roman is monumentaal: bijna duizend pagina's in de Nederlandse vertaling, met een traag tempo, herhalingen, en lange passages waarin weinig gebeurt maar alles verschuift. Voor lezers die Murakami al kennen en willen weten hoe ver hij gaat, is dit het boek. Je moet bereid zijn om je over te geven aan de traagheid, aan de parallelle wereld die zich alleen geleidelijk ontvouwt, en aan een einde dat niet alle vragen beantwoordt. Wat je terugvindt: alle thema's die in zijn eerdere werk al aanwezig waren — eenzaamheid, een zoektocht naar een verdwenen geliefde, een onderwereld die net naast de gewone wereld ligt — maar nu uitvergroot tot een volledig alternatief universum. Het boek werd door het Japanse dagblad Asahi Shimbun uitgeroepen tot het beste werk van het Heisei-tijdperk (1989-2019). Begin hier niet als je Murakami nog niet kent. Maar als je al weet dat je zijn tempo en magisch-realisme waardeert, is dit de roman waarin hij volledig loslaat.
Wat erna?
Als je Norwegian Wood of Kafka op het strand hebt gelezen en meer wilt, zijn er twee richtingen. Richting één: De opwindvogelkronieken (1994), een lange, complexe roman over een man die zijn vermiste kat zoekt en daarbij in een onderwereld belandt vol putschachten, oorlogsherinneringen en een vrouw die verdwijnt. Het is minder toegankelijk dan Kafka op het strand maar laat zien hoe Murakami historische trauma's verweeft met magisch-realisme. Richting twee: de verhalenbundel Mannen zonder vrouw (2016), zes korte verhalen die draaien om eenzaamheid en afwezigheid. Een van de verhalen, "Drive my car", werd in 2021 verfilmd en won prijzen op het filmfestival van Cannes. De bundel is compact, toegankelijk, en laat zien hoe Murakami zijn thema's in korte vorm uitwerkt. Voor wie na 1Q84 nog meer wil: De moord op Commendatore (2017), een tweedelige roman over een portretschilder die in een oud huis intrekt en daar een mysterieus schilderij aantreft. Het boek combineert elementen uit eerdere romans en voegt een laag toe over kunst en creatie.



