De doorhardloper: Haruki Murakami, *Waarover ik praat als ik over hardlopen praat*
Voor de vader die zijn hardloopschoenen naast de deur heeft staan, die zijn rondes loopt voordat de rest van het gezin wakker is en die zijn sportdata bijhoudt zoals anderen hun pensioenplanning: Haruki Murakami schreef een boek dat precies aansluit bij die discipline. *Waarover ik praat als ik over hardlopen praat* is geen trainingshandleiding en geen motivatiemanifest, maar een persoonlijk verslag van een schrijver die hardlopen gebruikte om zijn denken te ordenen. Murakami volbracht meerdere marathons, triatlons en in 1996 een ultramarathon van honderd kilometer rond het Saromameer. Hij vertelt over de monotonie van het trainen, over pijn en doorzetten, en over het parallelle proces van schrijven en lopen — beide vragen om hetzelfde soort uithoudingsvermogen. Het boek is compact, leest in één zitting en spreekt direct tot wie begrijpt waarom je blijft lopen ook als het regent.
Het is ook een toegangspoort tot Murakami's fictie. Als het essay bevalt, kun je daarna doorpakken met *Kafka op het strand* of *Norwegian Wood* — maar je hoeft het niet. Het boek functioneert prima op zichzelf.
De geschiedenis-fan: Stefan Hertmans, *Oorlog en terpentijn*
De vader die documentaires kijkt over de Eerste Wereldoorlog, die oude foto's verzamelt of die familiegeschiedenis naspeurt, verdient een boek dat geschiedenis niet als achtergrond gebruikt maar als levende materie. Stefan Hertmans reconstrueerde in *Oorlog en terpentijn* het leven van zijn grootvader Urbain Martien, een gedecoreerde soldaat die in de loopgraven vocht en die na de oorlog probeerde te overleven met herinneringen die hij nooit kwijtraakte. Het boek is gebaseerd op cahiers die Hertmans in de jaren tachtig ontving — geschriften waarin Urbain zijn jeugd in een Gentse volksbuurt tijdens de belle époque en zijn oorlogservaringen had opgetekend. Hertmans verweefde die teksten met archiefonderzoek, brieven en zijn eigen familiegeschiedenis tot een roman die leest als een reconstructie van iemand die je bijna kunt aanraken.
Het boek won in 2014 de AKO Literatuurprijs en staat inmiddels in vijftien vertalingen — niet omdat het sentimenteel is, maar omdat het laat zien hoe persoonlijke herinnering en grote geschiedenis in elkaar grijpen. Voor de lezer die graag begrijpt hoe mensen in het verleden dachten en leefden, is dit een cadeau dat blijft hangen.
De beginnende lezer: John Grisham, *Advocaat van de Duivel*
De vader die pas later in zijn leven tijd maakt om te lezen, heeft geen behoefte aan literaire experimenten of aan boeken die je drie keer moet herlezen om te begrijpen wat er gebeurt. Hij wil een verhaal dat hem meeneemt en dat niet loslaat. John Grisham leverde dat verhaal in 1991 met *Advocaat van de Duivel* (*The Firm*), de juridische thriller die hem op de kaart zette en die sindsdien meer dan zeven miljoen keer verkocht werd. De plot is helder: Mitch McDeere, een jonge advocaat, treedt in dienst bij een ogenschijnlijk perfect kantoor in Memphis dat dat allerminst blijkt te zijn. Korte hoofdstukken, hoog tempo, geen overbodige beschrijvingen. Het boek werd verfilmd met Tom Cruise en Gene Hackman, maar de roman leest sneller dan de film kijkt.
Grisham schreef sindsdien vijftig boeken, maar *Advocaat van de Duivel* blijft de beste ingang: het definieert zijn methode en zijn thema's — een ethisch dilemma, een oplopende dreiging, een hoofdpersoon die niet weet wie hij kan vertrouwen. Voor wie dit boek uitleest en meer wil: Grisham publiceerde tot 2025 elk jaar minstens één nieuwe titel.
De ICT'er: Yuval Noah Harari, *Homo Deus*
De vader die zijn dagen doorbrengt met code, servers of digitale infrastructuur, leest 's avonds niet nog een technisch handboek. Hij wil weten waar het naartoe gaat — niet alleen met zijn vakgebied, maar met de hele samenleving die hij helpt bouwen. Yuval Noah Harari richtte zich in *Homo Deus* precies op die vraag: wat gebeurt er als biotechnologie en informatietechnologie samensmelten, en wat betekent dat voor wat het is om mens te zijn? Harari stelt dat geen enkele baan veilig is voor automatisering en dat persoonlijke keuzes steeds vaker door algoritmes worden overgenomen. Hij sluit niet uit dat de mens, zoals we die nu kennen, binnen een eeuw verdwenen kan zijn — geen sciencefiction, maar een analyse van trends die nu al gaande zijn.
Het boek verscheen in 2017 als vervolg op *Sapiens* en is sindsdien in 45 talen verschenen. Het stond op de jaarlijst van beste boeken van Bill Gates en wordt in Silicon Valley breed gelezen — niet omdat het optimistisch is, maar omdat het de keerzijde laat zien van wat ontwikkelaars en bedrijven graag presenteren als vooruitgang. Voor de ICT'er die wil begrijpen wat hij aan het bouwen is, biedt *Homo Deus* een scherp tegenwicht.
De thriller-verslindende: Harlan Coben, *Niemand vertellen*
De vader die thrillers leest zoals anderen chips eten — snel, gretig, en altijd op zoek naar de volgende — verdient een boek dat precies doet wat het belooft: een plot met meerdere wendingen, een hoofdpersoon die je meteen begrijpt, en een opbouw die je niet laat stoppen tot de laatste pagina. Harlan Coben leverde dat in 2001 met *Niemand vertellen* (*Tell No One*), de standalone-thriller die zijn internationale doorbraak markeerde. Kinderarts David Beck krijgt acht jaar na de moord op zijn vrouw een bericht dat alleen van haar afkomstig kan zijn — en vanaf dat moment keert zijn leven om. Coben hanteert een herkenbaar recept: een verleden dat niet wil blijven liggen, een hoofdpersoon die wordt binnengetrokken in iets veel groters dan hij aankan, en een reeks wendingen die je niet ziet aankomen.
Het boek werd in 2006 door Guillaume Canet verfilmd als *Ne le dis à personne*, een Franse thriller die internationaal succes had. Coben schreef sindsdien meer dan dertig boeken — standalones en series rond vaste personages — maar *Niemand vertellen* blijft de beste ingang. Het vraagt geen voorkennis, leest in één weekend, en als het bevalt kun je daarna doorpakken met de Myron Bolitar-reeks of met recente titels als *Levenslang* (2023) en *Terugkeer* (2024).
De actie-liefhebber: Lee Child, *Jachtveld*
De vader die van actiefilms houdt, die graag boeken leest waarin dingen gebeuren en waarin de hoofdpersoon geen drie paginas nadenkt voordat hij handelt, vindt in Lee Child een auteur die precies dat levert. *Jachtveld* (*Killing Floor*) is het debuut uit 1997 waarmee Child doorbrak — en het introduceerde Jack Reacher, een voormalige militaire politieman die rusteloos door de Verenigde Staten zwerft, nergens een huis heeft, en die alleen een tandenborstel bij zich draagt. Reacher is groot, sterk, bedreven in gevechtstechnieken, en lost problemen liever fysiek op dan juridisch. In *Jachtveld* stapt hij uit de bus in een klein stadje in Georgia, wordt direct gearresteerd voor een moord die hij niet pleegde, en moet uitzoeken wie hem erin luist terwijl iedereen hem als buitenstaander beschouwt.
De reeks groeide uit tot een lange bestseller-serie — inmiddels verschenen meer dan 25 delen — en werd verfilmd met Tom Cruise en later als televisieserie met Alan Ritchson op Amazon Prime Video. De boeken zijn losjes genoeg opgebouwd om als standalone te functioneren, maar *Jachtveld* blijft de beste ingang omdat het de toon zet en de hoofdpersoon introduceert zonder dat je voorkennis nodig hebt.
De wereldverbeteraar: Yuval Noah Harari, *21 lessen voor de 21ste eeuw*
De vader die zich zorgen maakt over klimaat, nepnieuws, automatisering of de richting waarin de wereld beweegt, wil geen vage filosofie maar concrete analyse. Yuval Noah Harari schreef met *21 lessen voor de 21ste eeuw* een boek dat actuele kwesties één voor één behandelt — immigratie, terreur, onderwijs, technologie, geluk — en dat per hoofdstuk een afzonderlijk thema uitwerkt. Het boek verscheen in 2018 en is opgebouwd als een reeks essays die je los kunt lezen of achter elkaar. Harari pleit onder meer voor emotionele intelligentie als nieuw kernvak op school, omdat aanpassingsvermogen volgens hem de cruciale vaardigheid wordt in een wereld die elke zeven tot tien jaar drastisch verandert.
De redenering is scherp, de voorbeelden concreet, en de conclusies niet altijd comfortabel. Harari schrijft voor een algemeen publics maar houdt zijn academische achtergrond — hij is hoogleraar geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem — zichtbaar in zijn brongebruik en argumentatie. Voor de lezer die wil begrijpen waar we staan en wat er op ons afkomt, biedt *21 lessen* een toegankelijk en actueel startpunt.
De rustige lezer: David Baldacci, *In het hart*
De vader die niet van hectiek houdt, die liever een rustiger verhaal leest waarin personages tijd krijgen om te ademen en waarin de setting net zo belangrijk is als de plot, vindt in David Baldacci een onverwachte bondgenoot. Baldacci staat bekend om zijn juridische thrillers en politieke suspense, maar met *In het hart* (*Wish You Well*) schreef hij een roman die daar ver vanaf staat. Het verhaal speelt in 1940 en volgt de twaalfjarige Louisa Mae Cardinal, die na een auto-ongeluk met haar verlegen broertje Oz en haar moeder — die in coma ligt — van New York naar de bergen van Virginia verhuist om bij haar grootmoeder te wonen. Het boek is autobiografisch getint, langzaam opgebouwd, en laat zien dat Baldacci ook buiten Washington en de rechtszaal uit de voeten kan.
Baldacci schreef het boek zelf om tot scenario en het werd in 2013 verfilmd met Ellen Burstyn, Mackenzie Foy en Josh Lucas. Het is zijn meest persoonlijke werk en fungeert als perfecte ingang voor lezers die zijn naam kennen van thrillers maar die iets heel anders zoeken — een verhaal waarin familie, landschap en tijd centraal staan, niet tempo en juridische intriges.



