Bekende auteurIJslandscandi-noirthriller

Yrsa Sigurðardóttir

IJslandse ingenieur en thrillerauteur, bekend om de Thóra- en Freyja & Huldar-reeks.

Over de auteur

Yrsa Sigurðardóttir (voluit Vilborg Yrsa Sigurðardóttir, geboren op 24 augustus 1963 in Reykjavík) is een IJslandse schrijfster van misdaadromans, horror en kinderboeken. Ze groeide op in Hafnarfjörður en woonde als kind enkele jaren in Houston, Texas, waar haar ouders studeerden; op haar twaalfde keerde het gezin terug naar IJsland en vestigde zich in Seltjarnarnes. Yrsa volgde onderwijs aan Menntaskólinn í Reykjavík, waar ze in 1983 afstudeerde, en behaalde in 1988 een Bachelor of Science in civiele techniek aan de Universiteit van IJsland. Haar vervolgstudie deed ze aan Concordia University in Montréal, waar ze in 1997 een Master of Science behaalde. Naast haar schrijverschap heeft ze altijd een parallelle carrière als civiel ingenieur onderhouden; ze was onder meer technisch manager bij de Kárahnjúkar-stuwdam in Oost-IJsland, het grootste bouwproject in de IJslandse geschiedenis, en werkt deeltijds bij ingenieursbureau Verkís in Reykjavík.

Haar debuut maakte ze niet in het misdaadgenre, maar in de kinderboeken: in 1998 verscheen Þar lágu Danir í því, geschreven terwijl ze haar twee jonge kinderen opvoedde tijdens haar studie in Canada. Er volgden snel meer kindertitels, waaronder Við viljum jólin í júlí (1999), Barnapíubófinn (2000) en B 10 (2001). In 2003 werd Biobörn bekroond met de IJslandse kinderboekenprijs (Íslensku barnabókaverðlaunin). Na een onderbreking van zeventien jaar keerde ze in 2020 terug naar het genre met Herra Bóbó, Amelía og ættbrókin, dat in hetzelfde seizoen verscheen als haar thriller Bráðin.

De echte doorbraak kwam in 2005 met Þriðja táknið — in het Nederlands verschenen als Het laatste ritueel — de eerste van zes romans rond de Reykjavíkse advocate Þóra Guðmundsdóttir. Het boek werd internationaal verkocht en in het Engels vertaald door Bernard Scudder. In de serie volgden onder meer Neem mijn ziel (2006), Smeulend vuur (2007), De donkere dag (2008) en Stuurloos (2011). Dat laatste deel, Brakið, won in 2015 de Britse Petrona Award voor beste Scandinavische misdaadroman van het jaar. De Thóra-reeks vestigde haar reputatie als een van de belangrijkste stemmen van de IJslandse misdaadliteratuur — ze wordt op de Engelstalige Wikipedia omschreven als de "queen of Icelandic crime fiction".

In 2014 begon Yrsa een tweede reeks, rond politie-inspecteur Huldar en kinderpsychologe Freyja, die werkzaam is bij het IJslandse Kinderhuis. Deze serie van zes delen opende met DNA (2014), gevolgd door Vortex (2015), RIP (2016), Lava (2017), De pop (2018) en Stilte (2019). Het karakteristieke van deze reeks is de verankering in zaken die kinderen raken, met Freyja's expertise als draaipunt tussen politieonderzoek en jeugdzorg. In 2025 werd de reeks bewerkt tot de IJslandse televisieserie Reykjavík 112.

Naast haar twee series schreef Yrsa diverse standalones, waarin ze het misdaadgenre regelmatig vermengt met horror en bovennatuurlijke elementen. Ég man þig (2010; Ik vergeet je niet), een spookverhaal met horror-inslag, won in 2011 de IJslandse misdaadprijs Blóðdropinn en werd genomineerd voor de Noordse Glazen Sleutel. Kuldi volgde in 2012 en Lygi in 2013, dat door The Sunday Times werd uitgeroepen tot misdaadroman van het jaar, in 2017 op de shortlist van de Petrona Award belandde en op de longlist stond van de International Dublin Literary Award. Bráðin (2020; De prooi) leverde haar opnieuw een Blóðdropinn op en werd in 2024 shortlisted voor de Petrona Award. Haar meest recente standalone, Syndafall (2025), met drie verweven verhaallijnen, debuteerde op nummer één op de IJslandse hardcoverbestsellerlijst.

Haar werk is in meer dan dertig talen vertaald. In het Nederlands verschijnen haar boeken bij Cargo (voorheen bij Overamstel Uitgevers), met titels als DNA, Vortex, R.I.P., De pop, Stilte, Ik zie je (2023), Blijf hier niet (2024) en Ik doe of ik slaap (2026). Behalve de al genoemde prijzen won Yrsa de Blóðdropinn ook in 2015 voor DNA en in 2017 de Deense Palle Rosenkrantz-prisen. Aflausn (RIP) stond in 2017 op de nominatielijst voor Blóðdropinn en werd in 2020 shortlisted voor de Petrona Award. Someone to Watch Over Me — de Engelse vertaling van een van de Thóra-boeken — werd door The Sunday Times uitgeroepen tot misdaadroman van het jaar. Yrsa is bovendien medeoprichter van het Reykjavíkse literatuurfestival Iceland Noir.

Wie met haar werk wil beginnen, heeft grofweg drie ingangen. Voor lezers die van een klassieke misdaadreeks houden en graag bij het begin instappen: start met Het laatste ritueel (2005), het eerste Thóra-boek — hier wordt de toon van haar vroege werk gezet en bouw je mee aan de bekendste serie. Voor wie liever de rijpere, hardere Yrsa leest met contemporaine thema's rond kindermishandeling en digitale sporen: begin bij DNA, deel één van de Freyja & Huldar-reeks en meervoudig bekroond. En voor wie geen zin heeft in een reeks maar wel in een goed op zichzelf staand boek met een horror-ondertoon: Ik vergeet je niet is de aangewezen keuze — een IJslands spookverhaal dat haar in 2011 de Blóðdropinn opleverde en liet zien hoe soepel ze tussen misdaad en horror beweegt.

Er volgden snel meer kindertitels, waaronder Við viljum jólin í júlí (1999), Barnapíubófinn (2000) en B 10 (2001).
Lijkt op

Auteurs zoals Yrsa Sigurðardóttir

Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.