Boeken zoals Ilja Leonard Pfeijffer
Drie auteurs die dezelfde leeservaring leveren als Ilja Leonard Pfeijffer. Geen "klanten kochten ook"—handgekozen op thema, sfeer en stem. Met per auteur de drie boeken om mee te beginnen.
Ilja Leonard Pfeijffer beweegt zich door zijn werk als een classicus die de wereld met een ironische blik bekijkt. Zijn romans en gedichten zijn doordrenkt van Europese geschiedenis — niet als nostalgisch decor, maar als levend weefsel waarin identiteit en zelfbedrog samenkomen. Genua, de havenstad waar hij sinds 2008 woont, functioneert in zijn proza als een laboratorium: een plek waar een Nederlandse schrijver zijn eigen mythevorming kan observeren en ontleden. Zijn poëzie draagt de retoriek van Pindarus en Horatius, maar hij citeert net zo gemakkelijk C&A-truien en stripfiguren. Die spanning tussen hoog en laag, tussen eruditie en zelfspot, maakt zijn stem herkenbaar.
De drie auteurs die hier volgen delen met Pfeijffer een fundamentele vraag: hoe verhoudt een Europese intellectueel zich tot de wereld waarin hij leeft? Waar moet hij zijn identiteit zoeken — in zijn verleden, in zijn reizen, in zijn boeken? Alle drie schrijven over personages die zich fysiek of geestelijk verplaatsen, die op zoek zijn naar betekenis en die daarbij steeds opnieuw botsen op hun eigen beperkingen. Het zijn schrijvers die niet weglopen voor grote thema's — Europa, schuld, oorlog, pelgrimage — maar die de lezer dwingen om die thema's door de ogen van twijfelende, vaak gefailleerde individuen te zien.
Cees Nooteboom
Beide schrijven literaire romans waarin Europa, reizen en existentiële beschouwingen centraal staan. Nootebooms Rituelen en reisliteratuur delen Pfeijffers filosofische blik op kunst, tijd en vervreemding.
Match-score van 8.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Gelaagde romans en wereldwijde reisverhalen van een van Nederlands meest vertaalde auteurs.
Waar Pfeijffer zijn klassieke scholing inzet als retorisch gereedschap — citaten worden polemische wapens, ironie slijpt de tekst — is Nootebooms eruditie stiller en meer gesedimenteerd. Nooteboom schrijft in gelaagde raamvertellingen waarin personages en tijden door elkaar heen schuiven; zijn proza evolueert traag, meditatief, met lange zinnen die ruimte maken voor filosofische digressies. Pfeijffers tempo is scherper, zijn personages spreken directer, en zijn humor ligt dichter aan de oppervlakte. Nooteboom reist door Spanje, Berlijn en Australië met de blik van een toeschouwer die afstand bewaart; Pfeijffer nestelt zich in Genua en maakt zijn eigen aanwezigheid tot onderwerp. Waar Nooteboom chaotische liefdesverhoudingen in een afstandelijke toon beschrijft, legt Pfeijffer de nadruk op de schrijver die zichzelf in de spiegel van de stad bekijkt.
Begin met Rituelen (1980), Nootebooms doorbraakroman en winnaar van de Ferdinand Bordewijk Prijs. Hier zie je meteen wat hem onderscheidt van Pfeijffer: personages die zich aan vaste patronen proberen te houden om grip te krijgen op een chaotische werkelijkheid, verteld in gelaagde verhaallijnen die elkaar overlappen. Het boek is compact genoeg om Nootebooms signatuur te leren kennen zonder je te verliezen in zijn langere, meer vertakte romans. Het is het werk waarmee hij internationaal doorbrak — in 1983 verscheen de Engelse vertaling — en het laat zien hoe zijn klassieke scholing zich uit in structuur en tempo, niet in directe citaten of polemieken.
Arnon Grunberg
Beide Nederlandse literaire auteurs met een scherpe, ironische stem die menselijke zwakheden blootleggen. Grunbergs understatement en morele ambiguïteit resoneert met Pfeijffers analyse van identiteit en zelfbedrog.
Match-score van 7.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Nederlandse romanschrijver van ironie, nihilisme en de lange schaduw van Auschwitz.
Waar Pfeijffer zijn ironie inzet om Europa en zijn eigen positie als schrijver te bevragen, richt Grunberg zijn scherpte op de menselijke psyche zelf — op trauma, obsessie en de groteske pogingen van individuen om staande te blijven. Pfeijffers personages reizen, reflecteren en citeren; Grunbergs personages zijn vaker passief, overgeleverd aan noodlot en geweld, en hun tragiek wordt versterkt door understatement en herhaling. Grunberg schrijft vanuit een Joodse oorlogserfenis die zijn hele oeuvre doortrekt — Auschwitz is niet alleen thema, maar vorm: de werkelijkheid is onoverzichtelijk, wreed en absurd. Pfeijffer put uit klassieke bronnen en Italiaanse stadscultuur; Grunberg schrijft met aforistische oneliners en een productiviteit die hem tot zeven miljoen woorden bracht. Beide schrijvers gebruiken humor om leed draaglijk te maken, maar Grunbergs humor is grimmiger, nihilistischer, en zijn personages hebben minder ruimte om zichzelf te redden.
Begin met Tirza (2007), Grunbergs meest geprezen roman en winnaar van de Libris Literatuur Prijs. Het is het boek dat in 2010 door critici werd verkozen tot belangrijkste Nederlandse roman van de eenentwintigste eeuw. Hier zie je wat Grunberg anders maakt dan Pfeijffer: een vader met een obsessieve liefde voor zijn dochter, een plot dat langzaam naar catastrofe beweegt, en een toon die 'grimly comic and unflinching' is. The Frankfurter Allgemeine Zeitung noemde Grunberg 'de Nederlandse Philip Roth' — en Tirza laat zien waarom: morele ambiguïteit, psychologische scherpte en een verhaal dat je niet loslaat.
Tommy Wieringa
Beide literaire schrijvers die existentiële vragen koppelen aan concrete, soms barre landschappen. Wieringa's Dit zijn de namen en Nirwana delen Pfeijffers interesse in pelgrimage, schuld en de zoektocht naar betekenis.
Match-score van 7/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Nederlands romanschrijver van Joe Speedboot, Dit zijn de namen en Nirwana.
Waar Pfeijffer zich in Genua vestigt en zijn observaties verpakt in retorische lagen en klassieke verwijzingen, trekt Wieringa door barre, concrete landschappen — steppen, grenzen, Oekraïense konvooien — en laat hij zijn personages worstelen met schuld en ontheemding zonder de tussenlaag van eruditie. Pfeijffers werk is vol van de Europese stad, van architectuur en kunstgeschiedenis; Wieringa schrijft over mensen op de rand, over pelgrimage en overleven in een wereld die hen niet wil ontvangen. Zijn taal is directer, minder gelaagd, en zijn engagement is fysiek: hij schrijft niet alleen over Oekraïne, hij reist erheen. Beide auteurs stellen existentiële vragen, maar Wieringa zoekt zijn antwoorden in beweging en actie, niet in reflectie en citaat. Zijn personages zijn minder ironisch, meer overgeleverd aan externe krachten — oorlog, armoede, natuurgeweld.
Begin met Dit zijn de namen (2012), het boek dat Wieringa in 2013 de Libris Literatuur Prijs opleverde. Het verhaal volgt drie jongeren op een tocht door de Aziatische steppe, op zoek naar een beloofde bestemming die misschien niet bestaat. Het is een moderne pelgrimsroman, en de thema's — schuld, overleven, de zoektocht naar betekenis in een barre wereld — resoneren direct met wat ook Pfeijffer bezighoudt. Maar waar Pfeijffer zijn personages laat praten over Europa, laat Wieringa ze lopen door de fysieke werkelijkheid. Dit zijn de namen laat zien waarom critici hem vergelijken met Coetzee en McCarthy: een sobere, directe taal die existentiële vragen stelt zonder retorische omwegen.
Niet wat je zoekt?
Onze Leesvolger leest je smaak — vertel wat je net las en wat je ervan vond, krijg drie boeken die echt passen.
Probeer Leesvolger →




