Wat lezen na...

Wat lezen na Capitulatie?

Vijf concrete aanraders voor wie Capitulatie van J.J. Voskuil net uit heeft.

Wie *Capitulatie* uit heeft, kent het genoegen van Voskuils onversneden dagboekstem: de korte notities over museumbezoek en kantoorheibel, de irritaties over collega's, de onzekerheid over het eigen schrijverschap. Hier geen opgepoetste herinneringen maar ruwe aantekeningen, geschreven zonder de zekerheid dat er ooit een lezerspubliek zou zijn. Voskuils kracht zit in wat hij níét doet: dramatiseren, selecteren op effect, zichzelf achteraf interessanter maken. De dagboeken uit 1956-1965 laten een man zien die worstelt met het gewone leven terwijl de literaire ambities nog geen vaste vorm hebben. Wie meer van die stem wil — die mengeling van zelfspot, wetenschappelijke nauwgezetheid en stille wanhoop — vindt het in deze vijf boeken:

#1Meer van J.J. Voskuil

Bij nader inzien

door J.J. Voskuil · 1963

Bij nader inzien

Het enige fictie-werk dat J.J. Voskuil vóór Het Bureau publiceerde, in 1963. Een lijvige roman over naoorlogse Amsterdamse studenten, geschreven in een periode die *Capitulatie* documenteert. Wie de dagboeken leest, herkent hier de obsessies die Voskuil toen al had: groepsdynamiek, politieke discussies die nergens toe leiden, jonge mannen die zichzelf te serieus nemen. De roman is minder gecontroleerd dan Het Bureau — langer, woeliger, dichter bij de chaos van het dagboek. Maar juist daardoor interessant: je ziet Voskuil experimenteren met personages en structuur, zonder dat hij al weet wat voor schrijver hij wil worden. Voor wie na *Capitulatie* nieuwsgierig is naar wat er literair uit die periode kwam: dit is het rechtstreekse resultaat.

#2Meer van J.J. Voskuil

Uitzicht op geluk

door J.J. Voskuil · 2023

Uitzicht op geluk

Dagboeken uit een latere periode, gericht op Voskuils verhouding met zijn familie. Waar *Capitulatie* vooral over werk en literaire ambities gaat, draait *Uitzicht op geluk* om zijn stervende vader en zijn huwelijk. Dezelfde notitie-stijl, dezelfde weigering om achteraf mooier te maken. Voskuil schrijft hier over de dingen die hij in Het Bureau grotendeels buiten beeld liet: ziekte, ouders, de vraag wat er van een leven overblijft. Het boek laat een andere kant zien — intiemer, kwetsbaarder — maar zonder dat de toon verandert. Nog steeds die korte zinnen, die afstandelijke observaties die juist daardoor raken. Voor wie wil weten hoe Voskuil over zijn persoonlijke leven schreef wanneer hij niet over het Bureau hoefde te vertellen.

#3Meer van J.J. Voskuil

Vuile handen

door J.J. Voskuil · 1996

Vuile handen

Het tweede deel van Het Bureau, en voor wie vanuit de dagboeken komt misschien wel het beste instappunt in de cyclus. *Vuile handen* speelt in de jaren zestig — precies de periode die *Capitulatie* documenteert — en laat zien hoe Voskuil het ruwe dagboekmateriaal omzette in literatuur. Maarten Koning is hier nog jong, nog onzeker over zijn positie, nog niet de cynische overlever uit de latere delen. De kantoorpolitiek, de academische ijdelheid, de eeuwige discussies over niets: alles wat in de dagboeken als notitie verschijnt, krijgt hier dramatische vorm. Het verschil is dat Voskuil nu controle heeft, dat hij weet welke details te bewaren en welke weg te laten. Lees dit naast *Capitulatie* en je ziet hoe een schrijver zijn eigen leven herbruikt.

#4Andere auteur

Alles echt gebeurd

door Jeroen Brouwers · 2022

Cover van Alles echt gebeurd

De autobiografie van Jeroen Brouwers, samengesteld uit fragmenten die eerder verspreid door zijn romans verschenen. Brouwers schrijft anders dan Voskuil — dramatischer, met meer pathos — maar deelt de obsessie met het eigen verleden en de vraag hoe je dat in literatuur omzet. Waar Voskuil dagboeknotities bewaart, haalt Brouwers hele stukken autobiografie uit zijn fictie en presenteert ze opnieuw als document. Het resultaat is een compositie: herinneringen aan het jappenkamp, aan zijn moeder, aan het schrijversleven, allemaal al eerder verteld maar nu anders gerangschikt. Voor wie na *Capitulatie* nieuwsgierig is naar een ander model: hoe gebruik je je leven als grondstof, en wanneer is iets 'echt gebeurd' als je het telkens herschrijft?

#5Andere auteur

De onderwaterzwemmer

door P.F. Thomése · 2015

Cover van De onderwaterzwemmer

Een roman over verlies en schuld, geschreven in korte hoofdstukken die soms niet meer dan een halve bladzijde beslaan. P.F. Thomése werkt hier met dezelfde fragmentarische structuur die Voskuils dagboeken kenmerkt: geen lange narratieve bogen, maar losse scènes die samen een patroon vormen. Het onderwerp is zwaarder dan bij Voskuil — een vader die zijn zoontje verliest — maar de methode verwant: korte notities, afstand bewaren, het leven vertellen door te laten zien wat er gebeurt zonder uit te leggen waarom. Thomése dramatiseert meer, maar houdt vast aan de logica van het fragment. Voor wie de vorm van *Capitulatie* belangrijker vond dan de inhoud: dit is hoe diezelfde vorm werkt in fictie.

Welke kies je?

Welke kies je? Voor wie eerst wil zien wat Voskuil in de jaren zestig schreef: *Bij nader inzien*, direct uit de periode van *Capitulatie*. Voor wie nieuwsgierig is hoe het dagboekmateriaal fictie werd: *Vuile handen*, waar Maarten Koning nog jong is. Voor wie de fragmentarische vorm zoekt in hedendaagse literatuur: *De onderwaterzwemmer*, waar Thomése korte hoofdstukken gebruikt om over verlies te schrijven.

Wil je een nog beter advies?

Vertel onze Leesvolger wat je net las én wat je ervan vond. Drie boeken op maat.

Probeer Leesvolger →