Felix Thijssen
Nederlandse thrillerauteur van de Max Winter-mysteries en Charlie Mann-reeks.
Felix Thijssen (Rijswijk, 24 november 1933 – Saint-Germain-de-Calberte, 26 juli 2022) was een Nederlandse schrijver van spannende boeken, sciencefiction en kinderboeken, en daarnaast een productief scenarist voor film en televisie. Hij groeide op in moeilijke omstandigheden — door de oorlog volgde hij slechts drie jaar lagere school — en vormde zichzelf vooral door te lezen en te kijken. Na baantjes in filmstudio's, op boerderijen en als reisleider vertrok hij een jaar na zijn debuut als tiener naar zijn vader in Frankrijk, waar hij tussen 1952 en 1954 Engelse les gaf in een jezuïetenklooster. In 1955 keerde hij terug naar Nederland en werkte zo'n vijftien jaar in de journalistiek, onder meer bij Het Binnenhof, De Nieuwe Pers en Het Centrum.
Al in 1950 schreef hij als jongeling een detectiveverhaal met de titel 'De man met de bolhoed'. Het schrijverschap bleef lang een nevenactiviteit naast de krantenwereld. Pas in 1970, nadat hij een oude boerderij had gekocht in het dorp Acquoy bij fort Asperen, besloot hij zich volledig aan het schrijven te wijden. Hij had op dat moment al twee romans en enkele kinderboeken en hoorspelen op zijn naam staan, en vertaalde bovendien romans van de Britse sciencefictionschrijver John Wyndham. Onder het pseudoniem Ruard Lanser schreef hij jongensboeken over Rob Staalman, westerns met Vince Robbers en thrillers met Sander Wolf. Een tweede pseudoniem dat hij gebruikte was Philip van Akooy.
Tussen 1971 en 1979 schreef Thijssen zo'n vijftien sciencefictionboeken. Daartoe behoren de achtdelige reeks over Ruimteverkenner Mark Stevens, die liep van 'Schaduwen op Aries' (1971) tot 'De poorten van het paradijs' (1974), en vier boeken rond Arne Nay Sterzon. Hij was de eerste Nederlandse schrijver die succes had met dit genre — een opmerkelijke positie in een literair landschap waar sciencefiction destijds een nichebestaan leidde. Het was echter zijn overstap naar de spannende roman die zijn naam voor een breder publiek vestigde. In 1978, tijdens een verblijf in Ierland, schreef hij 'Eindspel' en de eerste Charlie Mann-thrillers 'Wildschut' en 'Jachtschade'. 'Wildschut', met als ondertitel 'Dramatische gijzeling in een Nederlands grensdorp', werd in 1985 verfilmd.
De Charlie Mann-reeks, met vervolgen als 'Koud spoor' (1986), 'De tweede man' (1988) en 'Vuurproef' (1990), bepaalde lange tijd zijn profiel als thrillerauteur. Zijn tweede, bekendste reeks begon in 1998 met 'Cleopatra', het eerste Max Winter-mysterie. In de jaren daarna verschenen 'Isabelle' (1999), 'Tiffany' (2000), 'Ingrid' (2001), 'Rosa' (2003), 'Rebecca' (2004) en later nog 'Esperanza' (2009) en 'Lydia' (2011). De reeks is herkenbaar aan vrouwennamen als titel en wordt in de boekomslagen uitdrukkelijk als 'Max Winter-mysterie' gepresenteerd. Buiten de reeksen om schreef hij eigenstandige romans als 'Onder de spekboom' (1997) en 'Het diepe water' (2006), en het non-fictieboek 'Gids om te overleven' (1979), dat in 1984 — in het kielzog van de film 'The Day After' — opnieuw werd uitgebracht als 'The Day After: Hoe overleef ik een kernoorlog'.
Naast zijn boeken bouwde Thijssen vanaf 1974 een lange nevencarrière op als scenarist. Hij schreef het scenario voor 'Help, de dokter verzuipt' naar het boek van Toon Kortooms, en vanaf 1983 voor televisieseries als 'Nederlanders Overzee', 'Iris', 'Bureau Kruislaan', 'Coverstory' en 'Unit 13'. In 1984 leverde hij het scenario voor de Baantjer-film 'Moord in extase'. Verschillende van zijn tv-projecten verschenen ook in boekvorm, zoals 'Iris: veearts in Rodenburg' (1992), 'Bureau Kruislaan' (1993) en 'Unit 13' (1996).
De literaire erkenning kwam vooral via het misdaadgenre. In 1999 ontving hij voor 'Cleopatra' de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandstalige spannende roman. 'Het diepe water' werd in 2006 opnieuw voor de Gouden Strop genomineerd en won datzelfde jaar de Diamanten Kogel, de Vlaamse prijs voor de beste Nederlandstalige spannende roman. Zijn latere werk verscheen bij Luitingh-Sijthoff, met titels als 'Esperanza', 'Lydia' (2011) en 'Spelen met vuur' (2012). Veel boeken werden ook in groteletter-edities uitgebracht, wat erop wijst dat hij een trouw bibliotheekpubliek had.
Thijssen woonde vanaf het begin van de jaren tachtig met zijn vrouw in de Franse Cevennen, in een oude tempeliersvesting bij Saint-Germain-de-Calberte. Daar overleed hij in juli 2022 op 88-jarige leeftijd. Zijn oeuvre beslaat ruim een halve eeuw en meerdere genres — van jeugd-sciencefiction tot televisiescenario's tot literaire misdaadromans — en wordt bijeengehouden door een voorkeur voor stevige plotconstructies en herkenbare, meegroeiende hoofdpersonages als Charlie Mann en Max Winter.
Voor wie Thijssen op zijn literaire hoogtepunt wil leren kennen: begin bij 'Cleopatra' (1998), het Gouden Strop-winnende openingsdeel van de Max Winter-reeks en meteen de meest voor de hand liggende ingang in zijn bekendste serie. Wie liever één losstaande roman leest waarin zijn vakmanschap samenkomt, kan terecht bij 'Het diepe water' (2006), bekroond met de Diamanten Kogel en genomineerd voor de Gouden Strop. En wie nieuwsgierig is naar de klassiekere Thijssen-thriller uit zijn vroegere periode begint bij 'Wildschut' (1980), de eerste Charlie Mann en bovendien verfilmd — een goede manier om te zien hoe hij als romancier én scenarist opereerde.
Boeken van Felix Thijssen
Nederlandse edities, recente eerst. Klik op een titel voor de bol.com-pagina.
Auteurs zoals Felix Thijssen
Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.
Jeroen Olyslaegers
8/10Beide Vlaamse auteurs schrijven literair proza waarin geschiedenis en collectief geheugen centraal staan. Net als Thijssen zoekt Olyslaegers naar de persoonlijke echo van grote historische breuken in alledaagse levens — waar Thijssen zich richt op koloniale en familiegeschiedenis, legt Olyslaegers de nadruk op oorlog en collaboratie.
Stefan Hertmans
7.5/10Hertmans combineert historisch onderzoek met literaire verbeelding, precies zoals Thijssen. Beide auteurs verankeren persoonlijke verhalen in bredere historische contexten en geven stem aan vergeten of verdrongen levens. Hun werk spreekt dezelfde literair geïnteresseerde lezer aan die waarde hecht aan gelaagdheid en nauwgezette research.
Tommy Wieringa
7/10Wieringa schrijft romans waarin kleine levens botsen met grote, vaak tragische geschiedenis — denk aan Dit zijn de namen. Net als Thijssen hanteert hij een sobere, precieze stijl en zoekt hij naar universele menselijkheid in specifieke, historisch geladen situaties. Beide auteurs worden gewaardeerd om hun literaire ernst en empathische blik.







