Wat lezen na Het verzonkene?
Vijf concrete aanraders voor wie Het verzonkene van Jeroen Brouwers net uit heeft.
Brouwers' taal in Het verzonkene is scherp en sober — geen woord te veel, geen emotie die niet via concreet detail komt. Het boek laat zien hoe een jeugd tussen twee continenten en culturen, tussen kamp en kostschool, iemand kan vormen tot schrijver. De herhaling van trauma, het zoeken naar houvast in taal, de afstand tussen herinnering en werkelijkheid: wie dat herkent in Het verzonkene zoekt waarschijnlijk meer van hetzelfde — meer van Brouwers' methode om herinneringen te ordenen, meer van zijn omgang met biografisch materiaal. Vijf boeken die daarop aansluiten:
Bezonken rood
door Jeroen Brouwers · 2010
De directe voorganger van Het verzonkene, en het boek dat Jeroen Brouwers internationaal vestigde. Bezonken rood richt zich op de kamptijd zelf — Tjideng, de Japanse bezetting, de dagelijkse vernederingen en het sterven van zijn grootouders. Waar Het verzonkene terugkijkt op die jeugd vanuit het schrijverschap, toont Bezonken rood de bron: de kleuterooggetuige tussen de volwassenen, de honger, de dwangarbeid, de doden. Brouwers' taal is hier al even sober, maar de focus ligt meer op de fysieke werkelijkheid van het kamp dan op de reflectie erop. Voor wie het verloren landschap uit Het verzonkene wil zien zoals het er destijds uitzag — zonder afstand, midden in de gebeurtenissen.
Het hout
door Jeroen Brouwers · 2014

Het kostschoolverleden dat in Het verzonkene als tweede biotoop opduikt, krijgt in Het hout zijn eigen roman. Brouwers beschrijft zijn jaren bij de Franciscanen in Bleijerheide — een tweede internering, nu in Nederland, met andere muren maar vergelijkbare patronen van machteloosheid en eenzaamheid. De toon is grimmiger dan in Het verzonkene: suspense, geweld, een bijna Hitchcockiaanse spanning. Waar Het verzonkene laat zien hoe een schrijver ontstaat, laat Het hout zien wat er kapot moest om die schrijver mogelijk te maken. Voor wie de kostschoolpassages uit Het verzonkene het meest raakten, en wil begrijpen hoe die tweede jeugd Brouwers vormde.
Datumloze dagen
door Jeroen Brouwers · 2010
Een roman over een vader-zoonrelatie, over schaamte en onvermogen om contact te maken. Waar Het verzonkene handelt over het vinden van een stem, gaat Datumloze dagen over wat er verloren ging in de generaties voor Brouwers — over een vader die zelf nooit kon vertellen wat hij had meegemaakt, en een zoon die wel kan vertellen maar niet kan verbinden. De thema's zijn vergelijkbaar: hoe maak je van herinneringen een leven, hoe geef je trauma door zonder het door te geven. Maar waar Het verzonkene het schrijverschap als uitweg laat zien, toont Datumloze dagen de prijs daarvan: de afstand die nodig is om te kunnen schrijven, is ook de afstand die isolatie maakt.
Oeroeg
door Hella S. Haasse · 1948
Net als Brouwers heeft Hella S. Haasse een jeugd in Nederlands-Indië en een latere confrontatie met het verlies daarvan. Oeroeg vertelt over een vriendschap tussen een Nederlandse jongen en een Indonesische leeftijdsgenoot, en hoe die vriendschap langzaam sterft aan de machtsverhoudingen van het kolonialisme. Waar Het verzonkene over herinnering en taal gaat, gaat Oeroeg over het besef dat sommige dingen niet meer te herstellen zijn — dat het verloren landschap ook verloren blijft. De toon is elegischer dan Brouwers' soberheid, maar het thema is vergelijkbaar: hoe kijk je terug naar een jeugd die niet meer bestaat, in een land dat niet meer bestaat, en accepteer je dat de afstand onoverbrugbaar is.
De wetten
door Connie Palmen · 2020

Connie Palmen onderzoekt in De wetten hoe iemands leven wordt bepaald door de regels die anderen stellen — familie, religie, cultuur. Waar Brouwers in Het verzonkene laat zien hoe hij zich bevrijdde van de regels van kamp en kostschool door schrijver te worden, laat Palmen zien hoe moeilijk die bevrijding is als de regels geïnternaliseerd zijn. De wetten gaat over een vrouw die probeert grip te krijgen op haar eigen leven door de patronen te begrijpen die haar vormden — net zoals Brouwers in Het verzonkene probeert grip te krijgen op zijn jeugd door die te beschrijven. Palmens toon is filosofischer, meer reflectief, maar de vraag is dezelfde: hoe verander je van object van andermans regels in subject van je eigen verhaal.
Welke kies je? Voor wie de kamptijd zelf wil zien: Bezonken rood. Voor wie de kostschool als tweede trauma herkent: Het hout. Voor wie het verlies van een koloniale jeugd ook bij anderen wil zien: Oeroeg. Voor wie de vraag herkent hoe je van andermans object je eigen subject wordt: De weten.
Wil je een nog beter advies?
Vertel onze Leesvolger wat je net las én wat je ervan vond. Drie boeken op maat.
Probeer Leesvolger →