Bekende auteurNederlandkinderboekyoung-adult

Anna Woltz

Nederlandse jeugdboekenschrijver van Gips, Honderd uur nacht en De tunnel.

Over de auteur

Anna Woltz (Londen, 29 december 1981) is een Nederlandse kinder- en jeugdboekenschrijver die woont en werkt in Nederland. Haar vader is Wout Woltz, hoofdredacteur van NRC Handelsblad tussen 1983 en 1989 — een journalistieke achtergrond die ook in haar eigen loopbaan een rol speelt. Woltz volgde de Montessorischool Waalsdorp en het Gymnasium Haganum in Den Haag, en studeerde daarna geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Naast haar werk als schrijver was ze lange tijd actief als journalist, onder meer voor de Volkskrant en Vrij Nederland.

Schrijven begon vroeg. Op haar twaalfde maakte Woltz al verhalen die in een kast verdwenen; op haar vijftiende begon ze onder de naam Rebecca Maart een wekelijkse column in de Volkskrant over het leven op het Haagse Gymnasium Haganum. Die columns werden in 1998 gebundeld in Overleven in 4b. Haar eerste echte kinderboek, Alles kookt over, schreef ze op haar zeventiende; het verscheen in 2002 bij Leopold. In de jaren daarna volgden titels als Het geheim van ons vuur (2004), Aangespoeld (2007), Red mijn hond! (2008) en Tien dagen in een gestolen auto (2008). In 2006 schreef ze samen met haar vader Post uit de oorlog, gebaseerd op zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De doorbraak kwam in de jaren tien, toen Woltz overstapte naar uitgeverij Querido en een reeks jeugdboeken afleverde die zowel juryprijzen als lezers wisten te winnen. Mijn bijzonder rare week met Tess (2013) werd bekroond met de Thea Beckmanprijs 2015 en in 2019 door Steven Wouterlood verfilmd; de film won onder de internationale titel My Extraordinary Summer with Tess de Grand Prize Feature Film Award op het New York International Children's Film Festival. Honderd uur nacht (2014), geïnspireerd op Woltz' verblijf in New York tijdens orkaan Sandy, kreeg lovende kritieken, werd in De Wereld Draait Door uitgeroepen tot leestip van april 2015 en leverde haar de Nienke van Hichtum-prijs op. Een jaar later volgde de Gouden Griffel voor Gips (2015), het verhaal dat in 2018 door Tijs van Marle werd bewerkt tot televisieserie.

In haar werk duiken bepaalde patronen steeds terug. Een deel van haar boeken speelt zich af tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog — van Post uit de oorlog en Ik kan nog steeds niet vliegen (2012, op het Deense platteland) tot De tunnel (2021), over vier kinderen in Londen tijdens de Blitz. De jury van de Thea Beckmanprijs prees Woltz voor de manier waarop ze dat zware thema "terloops maar zeer doeltreffend" aansnijdt. Daarnaast zijn er de scherp afgebakende, bijna in realtime verlopende verhalen rond jonge hoofdpersonages in een crisissituatie: een ziekenhuis (Gips), een eiland (Mijn bijzonder rare week met Tess), een stad onder water (Honderd uur nacht). Vriendschap, familie en de botsing tussen kinderlogica en volwassen zorgen vormen de kern.

Na Gips verscheen bij Querido een gestage reeks nieuwe titels: Alaska (2016, Zilveren Griffel 2017), Zondag maandag sterrendag (2017, met illustraties van Annet Schaap), De tunnel (2021, Zilveren Griffel 2022) en De spin en de sleutel (2023, Zilveren Griffel 2024). In 2019 schreef Woltz in opdracht van het CPNB het Kinderboekenweekgeschenk Haaientanden. De spin en de sleutel werd geselecteerd voor de White Ravens 2024. Voor 2026 staat bij Querido De eerste Alix aangekondigd.

De lijst met bekroningen is lang en consistent. Voor Gips kreeg Woltz in 2016 zowel de Gouden Griffel als de Zilveren Griffel; daarnaast ontving ze Zilveren Griffels voor Alaska (2017), De tunnel (2022) en De spin en de sleutel (2024). Ze won twee keer de Thea Beckmanprijs: in 2012 voor Ik kan nog steeds niet vliegen en in 2015 voor Mijn bijzonder rare week met Tess. Daar kwamen de Nienke van Hichtum-prijs voor Honderd uur nacht en de Kleine Cervantes (2016) voor datzelfde boek bij. In Vlaanderen werd ze in 2010 bekroond door de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury voor Red mijn hond en in 2018 door de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen voor Alaska. Haar werk vindt internationaal weerklank: in 2023 ontving ze de Gustav-Heinemann-Friedenspreis für Kinder- und Jugendbücher van de regering van Noordrijn-Westfalen voor Nächte im Tunnel, de Duitse editie van De tunnel. In 2026 krijgt ze samen met vertaler Andrea Kluitmann de James Krüss Preis.

Voor wie Woltz nog niet kent, zijn er verschillende goede ingangen. Wie een compact, hedendaags verhaal zoekt met een pittige hoofdpersoon en veel vaart: begin bij Gips — het boek dat haar de Gouden Griffel opleverde en ook als tv-serie verscheen, en dat haar typische korte-tijdspanne-vertelling helder laat zien. Lezers die van sfeervolle, bijna filmische vakantieverhalen houden kunnen beter starten met Mijn bijzonder rare week met Tess, mede dankzij de internationaal bekroonde verfilming een natuurlijke ingang. En wie zich aangetrokken voelt tot historische jeugdliteratuur zit goed bij De tunnel, de meermaals bekroonde oorlogsroman over vier kinderen in Londen, die laat zien waarom Woltz' omgang met het WO II-thema zo breed wordt geprezen.

Haar eerste echte kinderboek, Alles kookt over, schreef ze op haar zeventiende; het verscheen in 2002 bij Leopold.
Lijkt op

Auteurs zoals Anna Woltz

Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.