Håkan Nesser
Zweeds misdaadauteur van de Van Veeteren- en Barbarotti-reeks, bekroond met de Glazen Sleutel.
Håkan Nesser (Kumla, 21 februari 1950) is een Zweedse auteur die vooral misdaadromans schrijft. Hij groeide op in Kumla in de provincie Örebro en werkte jarenlang als docent in Uppsala, een beroep dat hij in 1998 opgaf om fulltime te schrijven. In 2006 verhuisde hij met zijn vrouw Elke, een psychiater, naar Greenwich Village in New York; later woonden ze in Londen en inmiddels zijn ze gevestigd op Furillen, een eiland bij Gotland in de Oostzee. Zijn Nederlandse edities verschijnen bij Singel Uitgeverijen.
Nessers eerste roman, Koreografen, verscheen in 1988, maar zijn echte entree in de misdaadliteratuur kwam in 1993 met Det grovmaskiga nätet — in het Nederlands verschenen als Het grofmazige net. Dat debuut werd meteen bekroond met de prijs voor het beste debuut van de Svenska Deckarakademien, de Zweedse misdaadacademie. Een jaar later volgde Borkmanns punkt (vertaald als Het vierde offer), dat door diezelfde academie werd uitgeroepen tot misdaadroman van het jaar. In de jaren negentig bouwde hij zo in hoog tempo een reputatie op als een van de serieuzere stemmen binnen de Zweedse misdaadroman.
Die reputatie werd gevestigd door de reeks rond commissaris Van Veeteren, tien delen die verschenen tussen 1993 en 2003. Van Veeteren is een politieman die in de latere boeken antiquaar wordt, en de zaken spelen zich af in Maardam, een fictieve stad in een even fictief Noord-Europees land dat trekken heeft van Zweden, Nederland, Polen en Duitsland — de personages dragen opvallend vaak Nederlandse namen. Op Wikipedia wordt Van Veeteren beschreven als een menselijke politieman voor wie niet alleen het wie, maar vooral het waarom van een misdaad telt. In 2000 ontving Nesser voor Carambole (deel 7 in de reeks) de prestigieuze Glazen Sleutel, de prijs voor de beste Scandinavische misdaadroman. De reeks werd in Zweden ook verfilmd, met Sven Wolter als Van Veeteren. In 2003 sloot Nesser het geheel af met Fallet G, in het Nederlands verschenen als Van Veeteren en de zaak-G.
In 2006 introduceerde hij in Människa utan hund (De man zonder hond) een nieuwe hoofdfiguur: inspecteur Gunnar Barbarotti, een Zweedse politieman van Italiaanse afkomst. Barbarotti is volgens Wikipedia een opgewekter karakter dan Van Veeteren, en de boeken spelen zich — anders dan de Maardam-cyclus — stevig in Zweden af, in het fictieve stadje Kymlinge, dat Nesser vernoemde naar een verlaten metrostation in Stockholm. De reeks is sinds De man zonder hond de ruggengraat van zijn oeuvre; inmiddels zijn er acht delen verschenen, waaronder Een heel ander verhaal (2007), Het tweede leven van meneer Roos (2008), De eenzamen (2010), De slager van Klein Birma (2012), De vereniging van linkshandigen (2018, waarin ook Van Veeteren terugkeert) en Herfst op Gotland (2020).
Naast de twee grote reeksen schreef Nesser ook een reeks op zichzelf staande boeken, waarin hij duidelijk breder opereert dan het klassieke politiewerk. Daartoe behoren de nostalgisch getinte roman De zomer van Kim Novak (Kim Novak badade aldrig i Genesarets sjö, 1998), het verhalende Och Piccadilly Circus ligger inte i Kumla (2002), de in Engeland gesitueerde De levenden en de doden in Winsford (2013), Hemel boven Londen (2011), de verhalenbundel Intrigo (2018) en De memoires van Norton, filosoof en hond (2016), een hondenboek met een uitgesproken filosofische inslag. Recent verschenen in Nederlandse vertaling onder meer Wie schrijft, verdwijnt (2023) en Een brief uit München (2025), beide bij Singel.
Stilistisch is Nessers signatuur het sterkst te herkennen aan de Van Veeteren-boeken: een fictieve, geografisch bewust vage setting waarin Noord-Europese sferen door elkaar lopen, en een hoofdpersoon die niet zozeer gedreven wordt door spektakel als wel door de ethische vraag achter het geweld. In de Barbarotti-reeks kiest hij nadrukkelijk voor een lichter register en een herkenbaar Zweedse omgeving. Terugkerend in zijn werk zijn — zoals blijkt uit titels en reeks-opzet — eenzaamheid, de lange nawerking van oude schuld, en het buitenstaanderschap van zijn hoofdpersonen, of ze nu commissaris, inspecteur of toevallige getuige zijn.
De literaire erkenning is substantieel. Nesser won drie keer de prijs voor beste Zweedse misdaadroman, in 2000 de Glazen Sleutel voor Carambole, en in 2016 kreeg hij de Gouden Vleermuis voor zijn hele oeuvre. Zijn boeken zijn vertaald in meer dan twintig talen. In juni 2024 werd Nesser door het Zweedse hof van beroep veroordeeld tot een jaar en zes maanden gevangenisstraf voor drie gevallen van zware belastingfraude, een zaak die aan het rollen kwam door de Paradise Papers; in februari 2025 wees het Zweedse hooggerechtshof zijn verzoek tot cassatie af.
Voor wie Nesser nog niet kent, zijn er drie logische ingangen. Lezers die klassieke Europese politieromans zoeken, kunnen het beste beginnen bij Het grofmazige net (1993), het eerste Van Veeteren-deel: hier is de toon van Maardam meteen gezet en bouwt de reeks chronologisch verder op. Wie liever met een gevestigd hoogtepunt start, pakt Carambole, de Glazen Sleutel-winnaar en zevende deel in de reeks. Lezers die geen zin hebben in een lange reeks maar wel willen proeven wat Nesser buiten het politieformat kan, zijn het beste af met De zomer van Kim Novak — een korte, op zichzelf staande roman die laat zien dat zijn blik op schuld en herinnering ook zonder commissaris overeind blijft.
Boeken van Håkan Nesser
Nederlandse edities, recente eerst. Klik op een titel voor de bol.com-pagina.
Auteurs zoals Håkan Nesser
Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.
Henning Mankell
9/10Beide Zweedse meesters van de melancholische scandi-noir waarin maatschappelijke aftakeling en politieke onrust doorwerken in de moordzaken. Mankell's Wallander deelt met Nessers Van Veeteren diezelfde introspectieve grijsheid en existentiële twijfel — langzame tempo, Noord-Europese somberheid, karaktergedreven onderzoek.
Arnaldur Indriðason
8.5/10IJslandse tegenhanger van Nessers Zweedse politieromans: beide auteurs gebruiken landschap en eenzaamheid als structureel motief, en beide schrijven misdaad waarin het verleden nooit los laat. Indriðasons Erlendur heeft dezelfde ingetogen kwetsbaarheid als Van Veeteren — geen jacht op spanning, maar op waarheid.
Karin Fossum
8/10Noorse pendant van Nessers psychologische misdaad: Fossum schrijft over commissaris Sejer met dezelfde beschouwende rust en dezelfde aandacht voor wat er onder het oppervlak beweegt. Beide auteurs zoeken de spanning in stilte, niet in actie — literaire scandi-noir die de dader minder interessant vindt dan het waarom.


















