Kader Abdolah
Perzisch-Nederlandse schrijver van Het huis van de moskee en Spijkerschrift.
Kader Abdolah is het pseudoniem van Hossein Sadjadi Qaemmaqami Farahani, geboren op 12 november 1954 in Arak, Iran. Hij studeerde natuurkunde aan de Universiteit van Teheran en studeerde af in 1977. Als lid van een linkse politieke partij verzette hij zich eerst tegen het bewind van sjah Mohammed Reza Pahlavi en later tegen dat van ayatollah Khomeini. Die activiteiten dwongen hem in 1985 Iran te ontvluchten. Op uitnodiging van de Verenigde Naties kwam hij in 1988 als politiek vluchteling naar Nederland, waar hij via een asielzoekerscentrum in Apeldoorn in Zwolle terechtkwam. Sinds 2003 woont hij in Delft. Zijn pseudoniem is een eerbetoon aan twee geëxecuteerde studiegenoten en partijleden: Kader, omgebracht onder de sjah, en Abdolah, omgebracht onder Khomeini.
Abdolah had al vroeg schrijversambities, mede ingegeven door zijn afstamming van Mirza Abu'l-Qasem Qa'em-Maqam, een negentiende-eeuwse Iraanse politicus en literator. Vanaf zijn twaalfde las hij Westerse literatuur en luisterde hij heimelijk naar Westerse radiostations en verzetszenders. In 1980 publiceerde hij in Iran twee clandestiene verhalenbundels onder zijn nieuwe naam, waaronder Wat willen de Koerden zeggen?. In Nederland leerde hij de taal onder meer via de kinderboeken van Annie M.G. Schmidt en Nederlandstalige poëzie, en begon hij, worstelend met het idioom, zijn verhalen in het Nederlands te schrijven. In 1993 debuteerde hij met de verhalenbundel De adelaars, die meteen Het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut won (uitgereikt in 1994).
Dat debuut werd gevolgd door De meisjes en de partizanen (1995), waarvoor hij het Charlotte Köhler Stipendium ontving en dat zowel de shortlist van de AKO Literatuurprijs als die van de Libris Literatuur Prijs haalde. Met De reis van de lege flessen (1997) bevestigde hij zijn plek in de Nederlandse letteren; ook die roman stond op de longlist van de Libris. Zijn grote doorbraak bij het bredere publiek kwam met Spijkerschrift (2000), bekroond met de E. du Perronprijs 2001, gevolgd door Het huis van de moskee (2005). Dat laatste boek bracht hem op de Nederlandse bestsellerlijsten en werd tijdens de Boekenweek van 2007 verkozen tot op een na beste Nederlandse boek, na De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch.
Het werk van Abdolah draait, in zijn eigen woorden en zoals Wikipedia het beschrijft, over het leven in en tussen twee culturen en over het leven in de diaspora. Perzische literaire motieven zijn nooit ver weg: in Spijkerschrift verwerkt hij de notities van zijn dove vader, een tapijtrestaurateur met een verstandelijke beperking die een bepalende rol speelde in zijn jeugd; in Het huis van de moskee verweeft hij de politieke omwenteling van 1979 met het leven rond één familie en één gebedshuis. Zijn thema's zijn migratie, ballingschap, geloof en de botsing tussen traditie en moderniteit — maar ook de kleine observaties van het Nederlandse landschap, van IJsselplaatsen als Zalk, Wilsum en 's-Heerenbroek tot de polder.
Naast romans is Abdolah een opvallende publicist. Van 1996 tot 2011 schreef hij wekelijks een column in de Volkskrant onder het pseudoniem Mirza — Perzisch voor 'kroniekschrijver' en tevens de naam van zijn betovergrootvader. Deze columns werden gebundeld onder titels als Mirza (1998), Buitenspiegels (1998), Karavaan (2003) en Portretten en een oude droom (2003). Sinds 2013 verzorgt hij elke vier weken de rubriek Kaders Kijk in het tijdschrift Zin. In 2008 verscheen zijn dubbelproject De boodschapper / De Koran: een vertelling over het leven van de profeet Mohammed, gekoppeld aan zijn eigen Nederlandse vertaling van de Koran — een project dat zijn literaire ambitie om Oost en West met elkaar te verbinden het meest expliciet maakt.
In de jaren daarna verschenen onder meer De koning (2011), een historische roman over de laatste jaren van de Qajar-dynastie, en De kraai (2011), zijn Boekenweekgeschenk rond het thema 'curriculum vitae — geschreven portretten'. Met Papegaai vloog over de IJssel (2014) stapte hij over van uitgeverij De Geus naar Prometheus; in dit boek beschrijft hij zijn eigen ervaringen rond Zwolle, Zalk en Wilsum, en noemt hij onder meer Klazien Rotstein-van den Brink (1919-1997). Daarna volgde Salam Europa! (2016).
De erkenning voor zijn werk reikt verder dan de literaire prijzen. Abdolah ontving de ASN-ADO-Mediaprijs 1997 voor Mirza en de Mundial Award voor zijn verdiensten op het gebied van internationale samenwerking, vrede en veiligheid. In 2000 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Bij het verschijnen van de Franse vertaling van Het huis van de moskee ontving hij in 2008 de Franse onderscheiding chevalier dans l'Ordre des arts et des lettres. In 2009 kreeg hij een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in het academisch jaar 2008-2009 gastschrijver was; eerder, in 2006, bekleedde hij diezelfde functie aan de Universiteit Leiden. Zijn werk is vertaald in onder meer het Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans en Servisch; de Engelse vertaling van Het huis van de moskee verscheen wereldwijd in januari 2010.
Voor wie Abdolah voor het eerst wil lezen zijn er drie goede ingangen. Wie een afgerond, aangrijpend verhaal zoekt dat zowel over Iran als over Nederland gaat, begint bij Spijkerschrift (2000) — zijn meest persoonlijke roman, gebouwd rond de aantekeningen van zijn vader en bekroond met de E. du Perronprijs. Wie liever meteen het boek leest dat Abdolah tot bestsellerauteur maakte, kiest Het huis van de moskee (2005), een breed opgezet familie- en revolutieverhaal dat door Nederlandse lezers tot op een na beste Nederlandse roman ooit werd verkozen. En wie klein wil beginnen pakt De kraai (2011), het Boekenweekgeschenk — een novelle van honderd pagina's die in één avond een goed beeld geeft van zijn stem, zijn humor en zijn thematiek tussen twee culturen.
Boeken van Kader Abdolah
Nederlandse edities, recente eerst. Klik op een titel voor de bol.com-pagina.
Auteurs zoals Kader Abdolah
Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.
Khaled Hosseini
8.5/10Beide schrijvers brengen hun geboorteland (Iran vs. Afghanistan) tot leven voor een westers publiek, verweven persoonlijke verhalen met politieke geschiedenis, en balanceren tussen twee culturen. Hun proza combineert lyrische verteltradities met confronterende 20e-eeuwse realiteit.
Elif Shafak
7.5/10Net als Abdolah schrijft Shafak over de botsing tussen traditie en moderniteit, over Istanbul zoals Abdolah over Isfahan, en geeft ze stem aan personages die tussen Oost en West laveren. Beide hebben soefistische en filosofische lagen in hun werk.
Isabel Allende
7/10Allende deelt Abdolahs voorkeur voor familiekronieken die de 20e-eeuwse geschiedenis van een land vertellen via generaties heen, en combineert politieke realiteit met magisch-realistische elementen. Beide zijn auteurs in ballingschap die hun vaderland literair reconstrueren.





















