Niche / literairNederlandliterair

Arnon Grunberg

Nederlandse romanschrijver van ironie, nihilisme en de lange schaduw van Auschwitz.

Over de auteur

Arnon Yasha Yves Grünberg (Amsterdam, 22 februari 1971) is een Nederlandse literaire schrijver van romans, verhalen, essays, reportages en columns. Hij groeide op in een Joods gezin dat zwaar getekend was door de Tweede Wereldoorlog: zijn moeder Hannelore Grünberg-Klein overleefde Auschwitz, zijn vader Hermann Grünberg zat ondergedoken. Grunberg bezocht het Vossius Gymnasium in Amsterdam, maar werd er in 1988 van school gestuurd. Hij werkte daarna als jongste bediende bij een apotheek en als bordenwasser. Tegenwoordig woont hij in New York. Sinds 2014 is hij lid van de Akademie van Kunsten.

Voordat hij doorbrak als schrijver, probeerde Grunberg het kort als acteur — onder meer in De kassière (1989) van Ben Verbong en in een korte film van Cyrus Frisch — en runde hij van 1990 tot 1993 zijn eigen kleine uitgeverij Kasimir, die financieel geen succes werd. In 1991 kreeg hij een toneelschrijfopdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. Op 23-jarige leeftijd debuteerde hij in 1994 bij Nijgh & Van Ditmar met Blauwe maandagen, een sterk autobiografische roman waarin onder andere de oorlogservaringen van zijn ouders een rol spelen.

Blauwe maandagen werd meteen een internationaal succes. Het boek won de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut, en werd vertaald naar onder meer het Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Deens, Tsjechisch, Zweeds en Japans. Critici roemden de roman als een 'grotesque comedy, a rarity in Dutch literature'. Met de tweede roman Figuranten (1997) bevestigde hij zijn talent, al was de ontvangst minder uitbundig. In 1998 schreef hij het Boekenweekgeschenk De heilige Antonio en verscheen zijn essaybundel De troost van de slapstick, die bekroond werd met het Charlotte Köhler Stipendium 1998. Zijn derde roman Fantoompijn (2000) won de AKO Literatuurprijs.

Een opmerkelijk hoofdstuk in zijn oeuvre is het heteroniem Marek van der Jagt, waaronder hij in 2000 De geschiedenis van mijn kaalheid publiceerde. Onder die naam won hij opnieuw de Anton Wachterprijs voor het beste debuut — totdat bekend werd dat Grunberg zelf achter Van der Jagt schuilging. De prijs werd uiteindelijk niet uitgereikt; Grunberg schreef de jury als Van der Jagt: 'U was van plan mijn boek te bekronen, niet mijn existentie.' In 2002 volgde een tweede Van der Jagt-roman, Gstaad 95-98. Tussen 2001 en 2003 verschenen onder eigen naam De Mensheid zij geprezen, Lof der Zotheid (Gouden Uil 2002) en De asielzoeker (AKO Literatuurprijs 2004).

Grunbergs schrijfstijl kenmerkt zich, zo stelt Wikipedia, door ironie, understatement, herhaling en een veelvuldig voorkomen van pakkende oneliners en aforistische zinnen met een algemene strekking. Zijn aan het nihilisme verwante thematiek behelst de onvoorspelbare grillen van het leven, waartegen de mens weerloos is: overgeleverd aan het noodlot en een onoverzichtelijke werkelijkheid proberen zijn personages zich staande te houden. De familiegeschiedenis — Auschwitz, de Sjoah, de doorwerking van trauma — keert in verschillende vormen terug, onder meer in Bij ons in Auschwitz: Getuigenissen (2020), waarin getuigenissen rond zijn moeders overleving centraal staan. Zijn productiviteit is onderwerp van onderzoek geworden: journalist Mark Schaevers berekende dat Grunberg circa tweeduizend woorden per dag schrijft, en literatuurwetenschapper Yra van Dijk schat zijn productie tot 2018 op tenminste zeven miljoen woorden.

De meest geprezen roman uit zijn middenoeuvre is Tirza, over een vader met een obsessieve liefde voor zijn afstuderende dochter. Het boek won in 2007 de Libris Literatuur Prijs en de Belgische Gouden Uil, werd in veertien talen vertaald en in 2010 verfilmd. Een peiling van De Groene Amsterdammer onder critici, academici en schrijvers koos Tirza in 2010 tot belangrijkste roman van de eenentwintigste eeuw, vóór Jonathan Littells The Kindly Ones en Ian McEwans Saturday. The New York Times noemde de roman 'grimly comic and unflinching', de Frankfurter Allgemeine Zeitung omschreef Grunberg als 'de Nederlandse Philip Roth'. In 2008 verscheen Onze oom, waarin hij ervaringen verwerkte die hij opdeed tijdens een verblijf bij het leger in Afghanistan.

Later werk omvat onder meer Huid en Haar (2010), De man zonder ziekte (2012), Moedervlekken (2016) en de essay- en reportagebundels Kamermeisjes en soldaten: Arnon Grunberg onder de mensen (2021), Slachters en psychiaters (2021), Bezette gebieden (2021) en De dood in Taormina (2021). In 2025 verscheen Het aanwezige been. Le Monde noemde De man zonder ziekte 'a wonderful gateway to the work of Arnon Grunberg, [who is] one of the most fascinating writers of his generation'. In 2009 ontving hij de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre, in 2011 de Frans Kellendonk-prijs, en in 2022 zowel de P.C. Hooft-prijs als de Johannes Vermeerprijs. Het juryrapport van de P.C. Hooft-prijs noemde hem 'een schrijver die ongeëvenaard is in ambitie, productiviteit en intellectuele kracht'.

Voor wie nog nooit iets van Grunberg las en de wortels van zijn oeuvre wil begrijpen: begin bij Blauwe maandagen — het debuut waarin de autobiografische lijn, de oorlogserfenis en de ironische toon al volledig aanwezig zijn. Voor wie de meest geprezen Grunberg wil lezen: kies Tirza, door critici verkozen tot belangrijkste Nederlandse roman van de eenentwintigste eeuw en een goede graadmeter voor zijn psychologische scherpte. Wie liever instapt via zijn essayistische kant en zijn reportagewerk, kan terecht bij Kamermeisjes en soldaten of Bezette gebieden, waarin hij zich onder mensen begeeft en het schrijverschap verbindt met journalistiek veldwerk.

In 1991 kreeg hij een toneelschrijfopdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten.
Lijkt op

Auteurs zoals Arnon Grunberg

Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.