Niche / literairVlaanderen / Belgiëliterairtoneel

Hugo Claus

Vlaams dichter en romancier, schrijver van Het verdriet van België.

Over de auteur

Hugo Maurice Julien Claus (Brugge, 5 april 1929 – Antwerpen, 19 maart 2008) was een Vlaams dichter, romancier, toneelschrijver, kunstschilder en filmmaker. Hij groeide op als oudste van vier zonen in een drukkersgezin dat kort na zijn geboorte naar Astene bij Deinze verhuisde, waar zijn vader Jozef de drukkerij De Lindekens begon. Een groot deel van zijn jeugd bracht hij door op kostschool, onder meer bij de zusters van het Pensionat Saint-Joseph in Aalbeke (1933-1939) en aan het Sint-Amandscollege in Kortrijk. Die katholieke kostschooljaren en de Duitse bezetting van Vlaanderen vormden hem; veel van zijn leraren waren Vlaams-nationalistisch en met het fascisme sympathiserend, en zijn vader werd na de bevrijding kort vastgehouden wegens collaboratie. Claus zou later doorgaan voor de meest bekroonde auteur uit het Nederlandse taalgebied.

In 1946 verliet hij het ouderlijk huis en ging in Sint-Martens-Leerne wonen bij kunstschilder Antoon De Clerck. Hij volgde naar verluidt beeldhouwlessen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, schilderde, illustreerde boeken en debuteerde in 1947 op achttienjarige leeftijd met de bundel experimentele poëzie Kleine reeks. In datzelfde jaar werkte hij enkele maanden als seizoenarbeider in een suikerfabriek in Chevrières. Een kortstondig bezoek aan Parijs in 1948 bracht hem in aanraking met Antonin Artaud, die hij als zijn geestelijke vader zou gaan beschouwen en die hem dreef tot de studie van Seneca en de Elizabethanen. Met onder anderen Jan Walravens, Louis Paul Boon, Tone Brulin en Ben Cami richtte hij het avant-gardetijdschrift Tijd en Mens op.

Zijn eerste roman De Metsiers (1950), naar verluidt in één maand geschreven naar aanleiding van een weddenschap uit 1948, leverde hem meteen de Leo J. Krynprijs op, met expliciete erkenning voor het gebruik van het meervoudige vertelperspectief. Het boek riep ook weerstand op door de thema's incest en inteelt. Tussen 1950 en 1953 woonde Claus in Parijs, waar hij optrok met Karel Appel, Hans Andreus, Rudy Kousbroek en Simon Vinkenoog en in aanraking kwam met het surrealisme, het existentialisme en de Cobra-beweging. In 1953 vestigde hij zijn naam als prozaschrijver met De Hondsdagen en schreef hij zijn eerste avondvullende toneelstuk Een bruid in de morgen, over een incestueuze relatie tussen broer en zus, dat in 1955 in Nederland onder regie van Ton Lutz in première ging.

Zijn meesterwerk werd Het verdriet van België (1983): een familiekroniek vol autobiografische feiten, gelardeerd met surrealistische toetsen, waarin Claus de politiek-sociale verhoudingen in België onderzoekt en op zoek gaat naar de wortels van de collaboratie van kleinburgers in een provincienest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is tegelijk een Bildungsroman over een literair begaafde, vroegrijpe jongen en een sleutelroman over een Vlaamse middenstand. Naast deze magnum opus geldt ook De verwondering (1962) als een van zijn belangrijkste romans.

Het werk van Claus is divers en veelvormig. Hij mengt het tragische, verhevene en klassieke met het banale, burleske en obscene. Terugkerende thema's zijn de liefde voor de moeder, de haat tegen de afwezige vader, seksualiteit, het schuldgevoel dat voortkomt uit het katholieke geloof, en Vlaanderen tijdens en na de oorlog. Hoe toegankelijk en ogenschijnlijk eenvoudig zijn werk ook is, Claus schepte er verhuld plezier in om dubbele bodems en cryptische verwijzingen in zijn teksten te verweven — een dimensie die de literatuurwetenschapper Paul Claes onder meer in De Mot zit in de mythe en Claus-reading (1984) systematisch in kaart bracht. Hij publiceerde ook onder verschillende pseudoniemen: zo verscheen de roman Schola nostra (1971) onder de naam Dorothea van Male, en gebruikte hij daarnaast onder meer hugo c. van astene, Anatole Ghekiere, Jan Hyoens en Thea Streiner.

Als toneelschrijver was Claus uitzonderlijk productief, met 35 oorspronkelijke stukken en 31 vertalingen uit het Engels, Grieks, Latijn, Frans en Spaans. Zijn dramatische schets Masscheroen, voor het eerst opgevoerd in het Casino van Knokke met drie naakte mannen in de rol van de Heilige Drievuldigheid, leidde tot een geruchtmakende rechtszaak: Claus werd veroordeeld wegens openbare zedenschennis tot een boete van tienduizend Belgische frank en vier maanden gevangenisstraf, die na publiek protest werd omgezet in voorwaardelijk. In 2000 ontving hij de Italiaanse International Nonino Prize. Zijn dood door euthanasie in 2008 — in België wettelijk toegestaan — leidde tot aanzienlijke controverse. Sinds zijn overlijden beheert uitgeverij De Bezige Bij de back-catalogue, met heruitgaven van onder meer De Metsiers, De hondsdagen, De verwondering, De koele minnaar en Het verdriet van België, naast verzamelbanden als Gedichten 1948-1993 en Alle verhalen (2019).

Voor wie kennis wil maken met Claus en niet meteen de zevenhonderd pagina's van Het verdriet van België aandurft: begin bij De Metsiers. Het is kort, je leest in dit debuut meteen de ambitie van het meervoudige vertelperspectief waarvoor de Krynprijs werd toegekend, en je proeft de obsessies — familie, seksualiteit, het Vlaamse platteland — die zijn hele oeuvre zullen bepalen. Wie liever het hoofdwerk leest en bereid is tijd te investeren, gaat direct naar Het verdriet van België: hier komen de katholieke jeugd, de collaboratie en de Bildungsroman samen in één boek. Voor de lezer die Claus eerst als dichter wil leren kennen — hij begon immers als dichter — is de verzamelbundel Gedichten 1948-1993 de logische ingang, met daarin onder meer De Oostakkerse gedichten, die tot zijn invloedrijkste poëzie behoren.

In 1946 verliet hij het ouderlijk huis en ging in Sint-Martens-Leerne wonen bij kunstschilder Antoon De Clerck.
Lijkt op

Auteurs zoals Hugo Claus

Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.