Niche / literairNederlandliterair

J. Bernlef

Nederlandse schrijver, dichter en vertaler — meester in romans over haperende waarneming.

Over de auteur

J. Bernlef was het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman, geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras en overleden op 29 oktober 2012 in Amsterdam. Hij bezocht de hbs in Haarlem en studeerde daarna enige tijd politieke en sociale wetenschappen. Behalve onder het pseudoniem J. Bernlef — vanaf 2002 publiceerde hij als Bernlef, zonder initiaal, en eerder ook als Henk Bernlef — schreef hij onder de schuilnamen Ronnie Appelman, J. Grauw, S. den Haan, Cas den Haan en Cas de Vries. De naam Bernlef ontleende hij aan een blinde Friese dichter uit de achtste eeuw; een eerdere Nederlandse dichter Hendrik Marsman, gestorven in 1940, had de eigen naam al onbruikbaar gemaakt voor de literatuur. Bernlef was getrouwd met Eva Hoornik, dochter van de dichter Ed. Hoornik; ze kregen twee kinderen.

Zijn schrijversleven begon met poëzie en verhalen. In 1959 stuurde hij werk in voor de Reina Prinsen Geerligsprijs en kreeg die nog datzelfde jaar toegekend voor de bundel Kokkels. Zowel Kokkels als de verhalenbundel Stenen spoelen verschenen in 1960 onder het pseudoniem J. Bernlef. Cruciaal in zijn vorming was 1958: hij verbleef enige tijd in Zweden — wat hem later in staat stelde Zweedse dichters te vertalen — en richtte samen met K. Schippers en G. Brands het tijdschrift Barbarber (1958-1971) op, geïnspireerd door een bezoek aan een Dada-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Barbarber begon met een oplage van honderd exemplaren en was gevuld met neodadaïstische ingrepen, ready-mades en collages: één nummer bestond volledig uit behangstalen, onder Bernlefs naam verscheen een boodschappenlijstje, en een tekst getiteld 'Door' bestond uit niet meer dan de woorden 'Push/Pull'.

De doorbraak naar een breed publiek kwam in 1984 met de roman Hersenschimmen. Bernlef beschrijft daarin het dementeringsproces uitvoerig vanuit het perspectief van een oude man die langzaam zijn greep op de werkelijkheid verliest. Het boek staat op de NRC-lijst van beste Nederlandse romans en werd in 1988 verfilmd door Heddy Honigmann; in 2006 bewerkte Guy Cassiers het voor het Ro Theater. In 1993 publiceerde hij Eclips, dat als pendant van Hersenschimmen kan worden gelezen: hier volgt hij hoofdpersoon Koos Zomer na een plotselinge half-verlammende hersenbloeding. Beide boeken laten zien wat Bernlefs werk een centrale plek geeft: hoe het bewustzijn de werkelijkheid registreert wanneer de gewone middelen daartoe haperen.

Die aandacht voor waarneming en uitdrukking is geen op zichzelf staand thema in Hersenschimmen, maar de rode draad van zijn oeuvre. De Engelse Wikipedia vat zijn werk samen als gericht op 'mental perception of reality and its expression'. In zijn poëzie kwamen die preoccupaties terug via verwijzingen naar jazzmuzikanten en beeldend kunstenaars; in de verhalen en romans via personages wier zekerheden — over geheugen, identiteit, de buitenwereld — onderuit worden gehaald. De vroege Barbarber-jaren legden daarvoor de basis: in Een cheque voor de tandarts (1967), samen met Schippers, noemen de auteurs Marcel Duchamp en Kurt Schwitters als inspiratiebronnen, en hun doel was alledaagse media zo te ontregelen dat de gangbare blik op de werkelijkheid moest schuiven.

Het oeuvre is omvangrijk en gevarieerd. Naast Hersenschimmen en Eclips schreef hij onder meer de romans Het verlof (1971), Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De man in het midden (1976) en Publiek geheim, waarvoor hij in 1987 de AKO Literatuurprijs ontving. In 2008 schreef hij het Boekenweekgeschenk De pianoman, en in 2009 leverde hij in opdracht van O.T. Theater/Opera O.T. de tekst voor de operasolo Ophelia. Als vertaler introduceerde hij in het Nederlandse taalgebied Amerikaanse en Zweedse dichters, onder wie Marianne Moore, Elizabeth Bishop en Tomas Tranströmer; van die laatste vertaalde hij het volledige werk onder de titel Die herinneringen zien mij. Ook Per Olov Enquist (Het record, 1973) en Stig Dagerman (Natte sneeuw, 1985) bracht hij in het Nederlands. Na zijn overlijden in 2012 zijn veel titels heruitgegeven door Singel Uitgeverijen, waaronder Wie a zegt, Zwijgende man, Brits, Hondedromen, De verdwijning van Kim Miller en Het verlof.

De literaire erkenning was groot en kwam vroeg. Behalve de al genoemde Reina Prinsen Geerligsprijs (1959) en AKO Literatuurprijs (1987) ontving hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1962 voor Morene en 1964 voor En dode hagedis), de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1964) voor Dit verheugd verval, de Vijverbergprijs (1977) voor De man in het midden, de Diepzee-prijs (1989) voor Hersenschimmen, en twee oeuvreprijzen: de Constantijn Huygensprijs in 1984 en de P.C. Hooft-prijs in 1994. Bij zijn dood werd hij geëerd als 'one of the greats of Dutch literature'. Sara Whyatt van PEN International benadrukte daarbij dat Bernlef vanaf de late jaren tachtig leiding gaf aan The PEN Emergency Fund, dat schrijvers steunde die met gevangenschap, bedreiging, marteling of censuur te maken kregen.

Voor wie nieuw is in Bernlefs werk en het meest toegankelijke punt zoekt: begin bij Hersenschimmen (1984). Het is de roman waarmee hij doorbrak, ze biedt een directe ingang in zijn centrale onderwerp — wat blijft er over van iemand wiens waarneming losraakt van de werkelijkheid? — en de bewerkingen voor film en theater laten zien hoe stevig de tekst staat. Wie daarna verder wil in dezelfde aderlating, leest Eclips (1993): inhoudelijk verwant, maar geschreven over een acute hersenbloeding in plaats van een geleidelijke aftakeling, en daardoor een interessant contrapunt. Voor de lezer die liever het andere, speelse en vormbewuste Bernlef wil ontdekken, is Wie a zegt (essays, oorspronkelijk 1970) een goed startpunt — daar zie je de Barbarber-erfenis terug, de aandacht voor het ontregelen van clichématige waarneming die ook de romans kleurt.

In 1959 stuurde hij werk in voor de Reina Prinsen Geerligsprijs en kreeg die nog datzelfde jaar toegekend voor de bundel Kokkels.
Lijkt op

Auteurs zoals J. Bernlef

Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.