Niche / literairNederlandliterair

J.J. Voskuil

Nederlands schrijver (1926-2008), bekend van de zevendelige cyclus Het Bureau.

Over de auteur

Johannes Jacobus Voskuil — als schrijver bekend onder de initialen J.J. Voskuil — werd op 1 juli 1926 geboren in Den Haag en overleed op 1 mei 2008 in Amsterdam. Hij geldt als een van de eigenzinnigste figuren in de naoorlogse Nederlandse literatuur: een auteur die zijn hele werkende leven als wetenschappelijk medewerker doorbracht bij het Meertens Instituut (in zijn eigen werk vermomd als 'het Bureau') en daar de stof vond voor een romancyclus die in omvang en ambitie zijn weerga in het Nederlandse taalgebied nauwelijks kent.

Voskuils literaire debuut was Bij nader inzien, dat in 1963 verscheen. Het boek — een lijvige roman over een groep Amsterdamse studenten in de naoorlogse jaren — werd pas decennia later breder herontdekt en geldt inmiddels als een belangrijk vroeg werk. Daarna bleef het lang stil op fictie-gebied: Voskuil publiceerde in de jaren zestig, zeventig en tachtig vooral wetenschappelijke studies, onder meer over volkskunde, boerderijbouw en historische bronnen, zoals zijn proefschrift Van vlechtwerk tot baksteen (1979) en zijn werk over de kohieren van de tiende penning van Overschie en Twisk. Zijn bibliografie laat een schrijver zien die zich eerst dertig jaar lang als onderzoeker bewees voordat hij definitief de literatuur in stapte.

Die definitieve stap kwam in 1996 met de eerste delen van Het Bureau: Meneer Beerta en Vuile handen. De cyclus zou uitgroeien tot zeven delen, verschenen tussen 1996 en 2000: Meneer Beerta (1996), Vuile handen (1996), Plankton (1997), Het A.P. Beerta-Instituut (1998), En ook weemoedigheid (1999), Afgang (2000) en De dood van Maarten Koning (2000). Daarnaast verscheen een register- en toegangsdeel, Ingang tot Het Bureau. Centraal staat Maarten Koning, een ambtenaar bij een wetenschappelijk instituut, en zijn vrouw Nicolien; rondom hen ontvouwt zich over duizenden bladzijden een minutieuze kroniek van kantoorpolitiek, vriendschappen, ergernissen en ouder worden. Het Bureau werd in 2007 opgenomen in de NRC-lijst van Beste Nederlandse romans.

Kenmerkend voor Voskuils proza is de schijnbare eenvoud: korte scènes, veel dialoog, nauwgezette registratie van het alledaagse. De aantrekkingskracht van Het Bureau ligt niet in dramatische gebeurtenissen maar in de cumulatieve werking van het detail — vergaderingen, treinreizen, gesprekken thuis aan tafel. Terugkerend zijn de spanning tussen werk en privéleven, de relatie met Nicolien, de afkeer van pretentie en het ouder worden binnen een instituut. Diezelfde observerende toon vinden we terug in de wandeldagboeken — Terloops: voettochten 1957-1973 (2004), Buitengaats: voettochten 1974-1982 (2005) en Allengs: voettochten 1983-1992 (2006) — waarin Voskuil samen met Nicolien Nederland en omringende landen te voet doorkruist en daarover bijhoudt wat hij ziet, hoort en denkt.

Naast de cyclus en de wandeldagboeken verscheen een reeks andere titels die de persoonlijke kant van het oeuvre verdiepen. De moeder van Nicolien (1999), Reisdagboek 1981 (2000) en Requiem voor een vriend (2002) sluiten thematisch aan bij Het Bureau. Postuum verschenen onder meer Binnen de huid (2009), Jeugdherinneringen (2010) en de roman De buurman (2012). In 2014 volgde Ik ben ik niet, een bundeling van Voskuils boekbesprekingen uit de jaren vijftig, voorafgegaan door een uitgebreid interview van Detlev van Heest met zijn weduwe. Recenter verschenen ook delen uit zijn dagboeken, waaronder Capitulatie: dagboek deel 2: 1955-1965 (2023) en Uitzicht op geluk: Dagboeken 1974-1976 (2023). Een Duitse vertaling van het laatste cyclusdeel verscheen als Der Tod des Maarten Koning: Das Büro 7 (Verbrecher Verlag, 2017).

Voskuil ontving voor zijn werk twee belangrijke prijzen. In 1997 kreeg hij de Ferdinand Bordewijk Prijs voor Meneer Beerta en Vuile handen, alsook de Prix des Ambassadeurs. Een jaar later, in 1998, werd Plankton bekroond met de Libris Literatuur Prijs en eveneens met de Prix des Ambassadeurs. De cyclus verscheen bij uitgeverij G.A. van Oorschot, die zich bij Voskuil-lezers stevig aan zijn naam heeft verbonden. De opname van Het Bureau op de NRC-lijst van beste Nederlandse romans bevestigt zijn positie binnen de canon.

Voor wie nieuw is bij Voskuil zijn er verschillende ingangen, afhankelijk van leestempo en voorkeur. Wie zich wil onderdompelen in het hoofdwerk begint bij Meneer Beerta (1996): het eerste deel van Het Bureau introduceert Maarten Koning op zijn eerste werkdag en zet de toon voor de hele cyclus — wie hier de smaak van het ritme te pakken krijgt, leest moeiteloos door. Voor lezers die liever niet meteen aan zeven delen beginnen, is Bij nader inzien (1963) een goede keuze: een afgeronde roman die laat zien hoe Voskuils observerende blik al vroeg gevormd was. En wie het meest geïnteresseerd is in Voskuil als mens en wandelaar, kan instappen via Terloops (2004), het eerste deel van de voettochten — een toegankelijker, persoonlijker register dat losstaat van de cyclus en goed leest zonder voorkennis.

Voskuils literaire debuut was Bij nader inzien, dat in 1963 verscheen.
Lijkt op

Auteurs zoals J.J. Voskuil

Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.