Boeken zoals Jonas Jonasson
Drie auteurs die dezelfde leeservaring leveren als Jonas Jonasson. Geen "klanten kochten ook"—handgekozen op thema, sfeer en stem. Met per auteur de drie boeken om mee te beginnen.
Jonas Jonasson plaatst gewone mensen in absurde omstandigheden en laat ze vervolgens door de wereldgeschiedenis struikelen alsof het niets is. Een honderdjarige die ontsnapping uit een verzorgingstehuis combineert met ontmoetingen met Franco en Stalin; een weesmeisje uit Soweto dat per ongeluk in de internationale atoomwapenpolitiek belandt — het zijn premissen die niet zouden misstaan in een Monty Python-sketch, maar Jonasson trekt ze door tot volwaardige romans waarin de absurditeit nooit ten koste gaat van de menselijkheid van zijn personages. Zijn hoofdfiguren zijn buitenbeentjes zonder ambities, die toevallig op cruciale momenten aanwezig zijn en met droge overgave doen wat gedaan moet worden.
Wie doorleest na Allan Karlsson zoekt meestal niet per se meer Zweedse humor, maar wel diezelfde combinatie van intelligentie en toegankelijkheid: verhalen die slim in elkaar zitten zonder zichzelf serieus te nemen, die de grote geschiedenis gebruiken als speelveld maar nooit loskomen van de menselijke maat. De drie auteurs hieronder delen met Jonasson de gave om leesplezier te leveren zonder oppervlakkig te worden — ze verschillen in toon, in setting, in zwaarte, maar ze delen de overtuiging dat een boek tegelijk grappig en gelaagd kan zijn, dat humor een vorm van intelligentie is en dat je lezers niet hoeft te kleineren om ze te vermaken.
Stephen Fry
Beide auteurs combineren absurdistische humor met historische elementen en intelligente satire. Waar Jonasson een Zweedse analfabeet door de wereldgeschiedenis laat struikelen, laat Fry historische en mythologische figuren door speculatieve scenario's bewegen — altijd met dezelfde gelaagde humor en warme menselijkheid.
Match-score van 8/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Engels schrijver, acteur en verteller — van Making History tot Mythos.
Waar Jonasson zijn verhalen ophangt aan one-joke-premissen die hij vervolgens uitwerkt tot roadtrips vol historische cameo's, construeert Fry ideeënromans waarin het speculatieve concept direct filosofische vragen oproept. Geschiedenis maken begint met een wat-als-vraag over Hitler die meteen morele dilemma's over schuld en verantwoordelijkheid op tafel legt; Jonasson gebruikt geschiedenis eerder als decor voor absurdistische ontmoetingen dan als moreel laboratorium. Fry's hoofdpersonen zijn bovendien intellectuelen die zichzelf constant bevragen — Cambridge-academici, dichters, erfgenamen met te veel zelfkennis — terwijl Jonasson juist personages kiest die niet nadenken over hun positie in de wereld, maar gewoon doorlopen. Het verschil zit ook in het ritme: Fry schrijft lange zinnen vol terzijdes en klassieke verwijzingen, Jonasson houdt het tempo hoog en de zinnen kort.
Begin bij Geschiedenis maken (Making History), de roman waarin een geschiedenispromovendus en een natuurkundige proberen te voorkomen dat Hitler geboren wordt. Het boek combineert Fry's eruditie met een pagina-turnerplot, en laat meteen zien waarom mensen hem met Jonasson vergelijken: ook hier wordt de twintigste-eeuwse geschiedenis als speelveld gebruikt, maar waar Jonasson absurdisme levert, stelt Fry ethische vragen over wat we zouden veranderen als we konden — en wat de prijs daarvan zou zijn. Het is slimmer dan Allan Karlsson, maar even vermakelijk, en staat helemaal op zichzelf.
Matt Haig
Haig deelt met Jonasson de gave om filosofische vragen te verpakken in toegankelijke, warme verhalen met een komische ondertoon. Beiden schrijven over buitenstaanders die de wereld met andere ogen bekijken en de lezer daarbij aan het lachen én nadenken zetten — zonder ooit zwaarwichtig te worden.
Match-score van 7.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Brits schrijver van speculatieve fictie en openhartige non-fictie over mentale gezondheid.
Waar Jonasson de wereld bekijkt door de ogen van iemand die bewust niet meedoet aan de samenleving — Allan Karlsson heeft geen baan, geen politieke overtuiging, geen idealen — kiest Haig voor buitenstaanders die juist wanhopig proberen te begrijpen hoe het menselijk bestaan werkt. Het buitenaardse wezen in De wezens moet leren wat liefde is, wat muziek doet, waarom mensen huisdieren hebben; Jonasson's personages hebben die vragen nooit, ze zijn gewoon aanwezig. Haig gebruikt zijn speculatieve premissen om emotionele thema's te onderzoeken — eenzaamheid, depressie, de vraag of je leven anders had kunnen lopen — terwijl Jonasson zijn absurdisme inzet voor satire op macht, politiek en de willekeur van de geschiedenis. Ook in toon is het verschil merkbaar: Haig kan sentimenteel worden, Jonasson houdt altijd een laconieke afstand.
Begin bij De wezens (The Humans), waarin een buitenaards wezen de gedaante aanneemt van een wiskundeprofessor en diens gezinsleven moet zien te overleven. Het boek laat meteen zien wat Haig deelt met Jonasson — een buitenstaander die de menselijke wereld met verbazing bekijkt, humor die niet cynisch wordt — maar ook waar hij anders zit: waar Allan Karlsson nooit twijfelt, moet Haig's protagonist langzaam leren wat het betekent om mens te zijn. Het is een smallere, emotionelere roman dan Jonasson's werk, maar evengoed toegankelijk en even slim over menselijke absurditeit.
Fredrik Backman
Beide Zweedse auteurs schrijven over eigenzinnige personages die tegen de stroom in roeien, met humor die scherp kan zijn maar nooit cynisch. Jonasson kiest voor absurdisme en satire, Backman voor meer realisme en emotie, maar de warmte voor hun onconventionele helden is dezelfde.
Match-score van 7/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Zweedse verteller van norse hoofdpersonen, kleine gemeenschappen en grote emoties.
Waar Jonasson zijn personages door de wereldgeschiedenis laat zwerven en daarbij steeds verder van de realiteit afdrijft, houdt Backman zijn verhalen binnen de grenzen van het herkenbare: een Zweeds dorp, een ijshockeyteam, een mislukte bankoverval in Stockholm. Jonasson zoekt de humor in het absurde — een honderdjarige die per ongeluk een koffertje vol geld steelt — Backman vindt hem in het alledaagse: een norse weduwnaar die ruzie maakt met de buurt over parkeervakken. Beide auteurs hebben warme gevoelens voor hun eigenzinnige hoofdpersonen, maar Backman laat hen groeien en veranderen, terwijl Jonasson's Allan Karlsson aan het einde van het boek nog altijd dezelfde laconieke overlevende is als op pagina één. Ook de ernst is anders verdeeld: Backman schrijft over rouw, geweld, loyaliteit — Jonasson maakt grappen over Stalin en kernwapens.
Begin bij Een man die Ove heet, het debuut dat Backman internationaal bekend maakte. Het is de roman waarin je het duidelijkst ziet wat hij met Jonasson deelt — een eigenwijze Zweedse hoofdpersoon die tegen de stroom in roeit, humor die scherp is maar nooit gemeen — en waar hij afwijkt: Ove is realistisch getekend, woont in een gewone straat, en het verhaal draait om verlies en verbinding, niet om absurde avonturen. Voor wie Allan Karlsson te gek vond en liever binnen de realiteit blijft, is dit de betere ingang dan Björnstad, dat zwaarder en grimmiger is.
Niet wat je zoekt?
Onze Leesvolger leest je smaak — vertel wat je net las en wat je ervan vond, krijg drie boeken die echt passen.
Probeer Leesvolger →







