Jacques Vriens
Nederlandse kinderboekenschrijver van Meester Jaap tot Achtste-groepers huilen niet.
Jacques Vriens (Den Bosch, 26 maart 1946) is een Nederlandse kinderboekenschrijver en theatermaker. Op zesjarige leeftijd verhuisde hij naar Helmond, waar zijn ouders een hotel begonnen — een decor dat later terugkeert in zijn werk. Na een jeugd vol zelfbedachte toneelstukjes in de hotelzaal en een hbs-tijd in Amsterdam koos hij uiteindelijk niet voor de toneelschool maar voor de kweekschool. Vriens werkte als onderwijzer in Amsterdam en Abcoude en was vanaf 1983 directeur van een basisschool in Bakel. Hij woont in Gronsveld in Zuid-Limburg, is getrouwd en heeft twee zonen.
Zijn debuut verscheen in 1976: Die rotschool met die fijne klas, met illustraties van Mance Post, uitgegeven bij Van Holkema & Warendorf — nog steeds zijn vaste uitgever, vijftig jaar later. In de jaren zeventig en tachtig verschenen in rap tempo titels als Ik wil mijn poes terug (1977), Zondagmorgen (1978) en Geen schoenen voor Bram (1980), vaak voortkomend uit zijn ervaring voor de klas. Pas in 1993, bijna twee decennia na zijn debuut en tien jaar na zijn aanstelling als schooldirecteur, werd hij fulltime schrijver.
De doorbraak bij een breed publiek kwam met Achtste-groepers huilen niet (1999), het verhaal van een meisje in groep acht dat ernstig ziek wordt. Het boek werd in 2012 verfilmd en won toen de publieksprijs van het Gouden Kalf op het Nederlands Filmfestival; een tweede filmbewerking volgde in 2014. Minstens zo bekend is de reeks rond Meester Jaap, die begon met Meester Jaap (1996) en doorliep via Meester Jaap doet het weer (1997), Meester Jaap gaat nooit verloren (1998) en De dikke Meester Jaap (2000) — verhalen die rechtstreeks putten uit het klaslokaal. Daarnaast schreef Vriens de reeks De bende van Hotel De Korenwolf, die uitgroeide tot musical en in 2011 in het Amsterdamse DeLaMar-theater in première ging in een nieuwe editie: De bende van Hotel De Korenwolf - het geheim van de zoenende gasten.
In toon zijn zijn boeken meestal vrolijk, maar hij schuwt de serieuze onderwerpen niet die kinderen op de basisschool kunnen tegenkomen: scheiding van ouders, racisme, pesten, ernstige ziekte, kindermishandeling en seksualiteit. Dat terugkerende patroon — herkenbare schoolwereld als klankkast voor grote thema's — loopt als een draad door zijn oeuvre, van Vaders, moeders? Hardgekookte eieren! (1998) over scheiding tot Code Kattenkruid: Hoe mijn opa vrolijk doodging (2018) over afscheid nemen, en Mijn vader woont in het tuinhuis (2020). Vriens schrijft ook historische jeugdboeken, zoals Weg uit de Peel (1997), Oorlogsgeheimen (2007, in 2014 verfilmd), Smokkelkinderen (2016) en Baron 1898: een verhaal over hoogmoed, hebzucht en liefde (2015).
Het recente werk toont een auteur die onverminderd productief is. In 2024 verscheen Kermiskind, in 2025 Nog hoeveel nachtjes slapen? Feest! en een nieuwe editie van Grootmoeders grote oren: Dertig klassieke sprookjes opnieuw verteld voor jonge kinderen. Voor 2026 staan opnieuw drie titels bij Van Holkema & Warendorf gepland, waaronder Het grote voorleesboek voor opa's en oma's en Familieweekend, naast een herdruk van zijn debuut Die rotschool met die fijne klas. De Tommie en Lotje-verhalen voor kleuters en de Meester Jaap-reeks worden regelmatig in verzamelbanden heruitgegeven, zoals Meester Jaap: alle leukste, stoutste en gekste verhalen (2018).
In 2001 werd Vriens door koningin Beatrix benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. De theatervoorstelling Achtste-groepers huilen niet, bewerkt door Van Engelenburg Theaterproducties, won in 2011 de Musicalworld Award. Zijn werk reikt verder dan de boekenpagina: naast de genoemde verfilmingen van Achtste-groepers huilen niet en Oorlogsgeheimen werd Tien torens diep (2004) in 2009 bewerkt tot televisieserie. Vriens staat zelf regelmatig op het podium met voorstellingen voor jongere kinderen (Grootmoeders grote oren...) en voor oudere kinderen (Hoe verzint-ie het toch allemaal?). In 1974 speelde hij — passend bij zijn achtergrond — het hoofd van de school in Harrie Geelens tv-detective Een meester minder.
Voor wie met Vriens wil beginnen, zijn er drie natuurlijke ingangen. Lezers die willen weten waarom zijn naam bij een hele generatie bekend is, kunnen het best starten bij Achtste-groepers huilen niet: compact, emotioneel, en met twee verfilmingen een cultureel ankerpunt in het Nederlandse jeugdboek. Kinderen die van vrolijke, herkenbare schoolverhalen houden en graag doorlezen in een reeks zijn beter af met Meester Jaap, waarin de klaslokaalwereld die Vriens uit eigen ervaring kent helemaal tot zijn recht komt. En wie liever een historisch verhaal leest met grotere inzet, kan terecht bij Oorlogsgeheimen of Baron 1898 — boeken die laten zien dat Vriens' bereik verder gaat dan de basisschool en dat hij ook over verleden, verlies en morele keuzes schrijft op kindhoogte zonder te vereenvoudigen.
Boeken van Jacques Vriens
Nederlandse edities, recente eerst. Klik op een titel voor de bol.com-pagina.
Auteurs zoals Jacques Vriens
Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.
Paul van Loon
8.5/10Beide horen tot de grote Nederlandse kinderboekenschrijvers met humor en herkenbare personages. Waar Vriens zich richt op schoolverhalen en alledaagse avonturen, voegt Van Loon daar een griezellaag aan toe — maar de tone en toegankelijkheid zijn vergelijkbaar, en beide auteurs beheersen het evenwicht tussen spanning en humor voor dezelfde leeftijdsgroep.
Tosca Menten
8/10Net als Vriens schrijft Menten humoristische series voor kinderen die zich afspelen in herkenbare settings — school, thuis, de buurt. Dummie de mummie en Vriens' Achtste-groepers huilen niet delen dezelfde commerciële toegankelijkheid, warme humor en thematiek rond vriendschap en anders-zijn, met personages waar kinderen zich gemakkelijk in herkennen.
Francine Oomen
7.5/10Oomen's Hoe overleef ik-reeks en Vriens' werk delen een focus op hedendaagse kinderwereld met humor en emotie. Beide auteurs schrijven series die enorm populair zijn bij dezelfde doelgroep (8-12 jaar), waarin alledaagse problemen — school, ouders, vriendschap — centraal staan en waarin kinderen de controle voelen over hun eigen verhaal.







































































