Paul van Loon
Nederlands kinderboekenschrijver van 'grumor' — griezelen met humor, van Dolfje tot De Griezelbus.
Paulus Stephanus Elisabeth Lambertus Maria van Loon, kortweg Paul van Loon, werd op 17 april 1955 geboren in Geleen en groeide op in Limburg. Na de middelbare school begon hij aan een opleiding tot illustrator aan de Kunstacademie in Den Bosch, die hij niet afmaakte. Hij woont tegenwoordig in Drunen, is getrouwd en heeft een dochter. Naast het schrijven is hij gitarist en treedt hij regelmatig op; zijn werk staat vrijwel altijd in het teken van wat hij zelf 'grumor' noemt: griezelen met humor, bedoeld voor kinderen en jongeren.
De liefde voor het griezelgenre zat er vroeg in. In zijn jeugd las hij Tolkien, Bram Stoker en H.P. Lovecraft, aangevuld met regionale verhalen uit Het Limburgs Sagenboek. Tijdens zijn tekenstudie bedacht hij zelf verhalen bij zijn illustraties. Toen hij er in 1977 een opstuurde naar het Brabants Nieuwsblad, bleek dat verhaal zo goed te vallen bij lezers dat de krant om meer vroeg. Daarna volgden bijdragen aan onder meer Donald Duck, Okki, Taptoe en Ezelsoor. Zijn eerste boek, Boven op tante Agaat, verscheen in 1983 bij Zwijsen; aanvankelijk illustreerde hij zijn boeken zelf, maar naarmate het schrijven de overhand kreeg, nam onder anderen Hugo van Look dat werk over — een samenwerking die veel van zijn latere boeken typeert.
De echte doorbraak kwam met twee reeksen die inmiddels onlosmakelijk met zijn naam verbonden zijn. In 1991 verscheen De Griezelbus 1, de start van een reeks waarmee hij jonge lezers kennis liet maken met een geheimzinnige schrijver, een rondtrekkende bus en verhalen die net griezelig genoeg zijn om door te durven lezen. In 1997 publiceerde hij Dolfje Weerwolfje, over een blond jongetje dat bij volle maan verandert in een weerwolfje — een hartverwarmende reeks waarin familie, vriendschap en 'anders zijn' centraal staan. In 2011 werd Dolfje door kinderen uit Nederland en Vlaanderen uitgeroepen tot Grootste Kinderboekenheld. Van beide reeksen zijn musicals en films gemaakt, waaronder Alfie, the Little Werewolf (2011) en Gruesome School Trip (2005).
De signatuur van Van Loon is herkenbaar: korte hoofdstukken, veel dialoog, een hoog tempo en een genre dat consequent balanceert tussen spanning en humor. De monsters, spoken, vampiers en weerwolven in zijn boeken zijn zelden puur eng; ze zijn even vaak sullig, zielig of grappig. Terugkerende thema's zijn buitenbeentjes die hun plek zoeken, loyale vriendschappen en gezinnen waarin iets vreemds gewoon wordt gevonden. Dat hij zijn genre zelf doopte tot 'grumor' zegt veel over hoe bewust hij deze toon bewaakt: griezelen mag, maar nooit zonder knipoog.
In 2011 opende de Efteling het openluchttheater Raveleijn, waarvoor Van Loon het achterliggende verhaal en het gelijknamige boek schreef; RTL 4 zond datzelfde jaar een twaalfdelige serie uit. De samenwerking met het park kreeg vervolg met onder meer Weerwolf(n)achtbaan (2012), De Sprookjessprokkelaar (2016, met prinses Laurentien), De bende van de Witte Veer (2017) en Danse Macabre (2024), het boek bij de attractie die het Spookslot opvolgde. Recent verschenen onder zijn naam onder meer Het bloed van de laatste draak (2023) en Wij gaan op monsterjacht (2025). Inmiddels staan er meer dan honderd boeken op zijn naam, met vertalingen in onder meer Duitsland, Frankrijk, Italië, Denemarken, Estland, Letland, Zweden, Spanje, Japan en Engeland.
De erkenning in Nederland is uitzonderlijk consistent, vooral van de lezers zelf. Van Loon won de Prijs van de Nederlandse Kinderjury meermaals — onder andere voor Meester Kikker (1996), De griezelbus 3 (1997, samen met de Venz Kinderboekenprijs), Dolfje Weerwolfje (1998), Volle maan (2000), Weerwolvenbos (2004), Boze drieling (2006), Weerwolvenfeest (2007), Weerwolfgeheimen (2008) en Dolfje Sneeuwwolfje (2009, zijn tiende keer). In 2007 ontving hij de Eremedaille van de Nederlandse Kinderjury, en in 2008 werd hij geridderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Begin jaren negentig werd hij benoemd tot voorzitter van het Griezelgenootschap, en hij maakt deel uit van Het Forum van A tot Z, dat zich inzet voor alfabetisering en leesbevordering.
Voor wie nog nooit iets van Van Loon las, zijn er een paar logische ingangen. Voor beginnende lezers van ongeveer zes tot negen jaar is Dolfje Weerwolfje (1997) de klassieke start: het eerste deel introduceert Dolfje, zijn pleeggezin en zijn weerwolfoom Opa, en legt het fundament voor alle vervolgdelen zoals Volle maan, Weerwolvenbos en Weerwolfgeheimen. Voor iets oudere lezers die van echte spanning houden, biedt De Griezelbus 1 (1991) de beste ingang — korter, grimmiger en met een raamvertelling die uitnodigt om door te lezen in deel 2 en verder. Wie liever begint met een standalone met een directe link naar een plek die veel kinderen kennen, kan terecht bij Raveleijn (2011) of het recentere Danse Macabre (2024), beide geschreven rond attracties van de Efteling en daardoor extra concreet voor lezers die het park bezocht hebben.
Boeken van Paul van Loon
Nederlandse edities, recente eerst. Klik op een titel voor de bol.com-pagina.
Auteurs zoals Paul van Loon
Drie schrijvers met dezelfde leeservaring. Score op 10. Geen marketingpraat.
Reggie Naus
8.5/10Beide schrijven humoristische kinderboeken met griezelige of spannende elementen voor dezelfde leeftijdsgroep. Net als Van Loons Dolfje Weerwolfje maakt Naus avontuur toegankelijk met een lichte, speelse toon.
Tosca Menten
7.5/10Menten combineert spanning en humor in kinderboeken zoals Dummie de mummie, waarbij bovennatuurlijke wezens in een alledaagse wereld belanden — dezelfde formule die Van Loon gebruikt in zijn griezelreeksen.
Jochem Myjer
7/10Myjer schrijft humoristische avonturenverhalen voor kinderen vanaf acht jaar met een absurdistische, speelse toon. Hoewel minder griezelig dan Van Loon, delen beide auteurs een voorliefde voor ongewone situaties en een luchtige verhaaltrant.








































































