Boeken zoals Andy Griffiths
Drie auteurs die dezelfde leeservaring leveren als Andy Griffiths. Geen "klanten kochten ook"—handgekozen op thema, sfeer en stem. Met per auteur de drie boeken om mee te beginnen.
Andy Griffiths schrijft boeken waarin tekst en tekening constant met elkaar vechten om de aandacht. Zijn boomhut-reeks is geen verhaal met illustraties erbij, maar een chaotische mengvorm waarin stripsequenties midden in een alinea opdoemen, lijstjes plots de vertelling onderbreken en personages rechtstreeks naar de lezer toe praten. Die vorm past bij de inhoud: absurde humor, slapstick die grenzen opzoekt (billen die autonoom worden, dinosaurussen in de badkamer), en een algehele weigering om braaf te zijn. Griffiths weet wat kinderen tussen zeven en twaalf grappig vinden — het lichaam, het ongemakkelijke, het chaotische — en hij maakt daar boeken van die lezen voelen als een soort georganiseerde anarchie.
Wie na Griffiths verder wil lezen, komt terecht bij auteurs die datzelfde speelveld kennen maar andere keuzes maken. De drie hieronder delen de visuele humor en de lage drempel, maar verschillen in hoe serieus ze het verhaal nemen, hoe ver de absurditeit gaat en hoeveel ruimte er is voor emotie naast de grap. De een zet stripstijl centraal, de ander bouwt een dagboek met tekeningen, de derde vermengt griezelen met humor. Elk van hen begrijpt dat kinderen die weinig lezen vaak wél willen lezen als het boek eruitziet alsof het gemaakt is door een kind.
Dav Pilkey
Beide schrijven graphic novels vol slapstick-humor en absurde situaties voor kinderen die liever tekeningen dan tekst zien — Pilkey's Dog Man en Kapitein Onderbroek delen dezelfde visuele humor en kinderlijke anarchie als Griffiths' werk.
Match-score van 9.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse maker van Dog Man en Kapitein Onderbroek — graphic novels voor kinderen die liever niet lezen.
Waar Griffiths de lezer constant herinnert aan het maken van het boek — meta-grappen over hoofdstukken, schrijfbeslissingen, deadlines — verbergt Pilkey zich achter zijn personages George en Harold, alsof zij de boeken zelf getekend hebben. Die fictie houdt hij consequent vol: bewuste spelfouten, flipboeken in de marge, onhandige lettertypen. Griffiths schrijft vanuit de rol van volwassen auteur die doet alsof hij kind is; Pilkey schrijft vanuit de rol van kind dat boeken maakt voor andere kinderen. Ook het type humor verschilt: Pilkey zet in op slapstick rond lichamelijke functies (onderbroeken, luiers, poep), Griffiths voegt daar een laag absurdisme aan toe — de logica van zijn wereld is consequent onmogelijk, terwijl Pilkeys wereld gewoon is met rare uitzonderingen erin.
Begin met Dog Man (2016), het eerste deel van de reeks die in Nederland in 2020 uitkwam. Dat boek laat meteen zien waarom lezers Pilkey met Griffiths vergelijken: korte graphic novel, veel beeld, weinig tekst, een hoofdpersoon die half hond half politieagent is, en humor die kinderen snappen maar ouders soms ongemakkelijk vinden. Het introduceert de wereld zonder voorkennis te vragen en werkt als standalone — precies wat een Griffiths-lezer zoekt na De waanzinnige boomhut.
Jeff Kinney
Kinney's Het leven van een loser combineert tekeningen met verhaal en richt zich op dezelfde leeftijdsgroep die Griffiths leest: kinderen die humor zoeken in alledaagse chaos, met een visuele presentatie die lezen laagdrempelig maakt.
Match-score van 8/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse bedenker van Het leven van een loser — twintig delen rond Bram Botermans.
Waar Griffiths elk plot laat ontploffen in visuele chaos — stripsequenties die twee pagina's duren, lijstjes die nergens naartoe leiden, personages die uit het niets verschijnen — houdt Kinney de vorm strakker in de hand. Het leven van een loser is een dagboek met tekeningen in de kantlijn, maar het blijft een doorlopend verhaal met een begin, midden en einde per boek. Bram Botermans wil populair worden op school; Andy en Terry bouwen een boomhut die de natuurwetten negeert. Kinneys humor zit in herkenbare sociale blunders en alledaagse frustraties, Griffiths zoekt de grens van het absurde op. Kinney is realistisch met een visuele laag; Griffiths is absurd met tekst ertussen.
Begin met Het leven van een loser: logboek van Bram Botermans (2009), het eerste deel in de Nederlandse reeks. Dat boek laat zien hoe Kinney dagboekfragmenten combineert met tekeningen zonder de chaos van Griffiths — ideaal voor lezers die wel visuele humor willen maar ook een verhaal dat ergens naartoe gaat. Bram probeert te overleven op de middelbare school, faalt voortdurend, en schrijft daar droog over — de toon is cynischer dan Griffiths, maar de humor blijft toegankelijk voor dezelfde leeftijdsgroep.
Paul van Loon
Van Loon's 'grumor' — griezelen met humor — sluit aan bij Griffiths' vermogen om kinderen te laten lachen om ongemakkelijke of gekke situaties, beide auteurs begrijpen wat kinderen grappig én spannend vinden zonder braaf te worden.
Match-score van 7/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Nederlands kinderboekenschrijver van 'grumor' — griezelen met humor, van Dolfje tot De Griezelbus.
Waar Griffiths humor inzet als hoofddoel — elk hoofdstuk moet lachen opleveren, spanning is optioneel — gebruikt Van Loon humor om spanning draaglijk te maken voor jonge lezers. Zijn 'grumor' betekent dat spoken, weerwolven en monsters wel griezelig zijn, maar nooit zonder knipoog of zielig moment. Griffiths schrijft cartoon-logica zonder emotionele inzet; Van Loon bouwt plots waarin personages iets te verliezen hebben. Ook de vorm verschilt: Van Loon schrijft conventionele hoofdstukken met dialoog, Griffiths maakt hybride boeken waarin stripsequenties en lijstjes de tekst onderbreken. Van Loons wereld is spannend met humor; Griffiths' wereld is grappig met af en toe iets engs.
Begin met Dolfje Weerwolfje (1997), het eerste deel over het jongetje dat bij volle maan verandert. Dat boek laat zien hoe Van Loon griezelen mengt met warmte — Dolfje heeft een pleeggezin dat van hem houdt, een opa die hem helpt, en vrienden die hem steunen. De humor zit in situaties (een weerwolfje op school), niet in absurde constructies. Voor lezers die Griffiths' chaos leuk vonden maar ook spanning en emotie willen, is dit de beste ingang: korte hoofdstukken, snel tempo, maar met personages die je iets uitmaken.
Niet wat je zoekt?
Onze Leesvolger leest je smaak — vertel wat je net las en wat je ervan vond, krijg drie boeken die echt passen.
Probeer Leesvolger →







