Boeken zoals Dav Pilkey
Drie auteurs die dezelfde leeservaring leveren als Dav Pilkey. Geen "klanten kochten ook"—handgekozen op thema, sfeer en stem. Met per auteur de drie boeken om mee te beginnen.
Dav Pilkey schrijft voor kinderen die lezen nog niet als hobby hebben ontdekt — of die het nooit zullen ontdekken via traditionele kinderboeken. Zijn Captain Underpants en Dog Man zijn graphic novels met flipboek-animaties, bewuste spelfouten en absurde humor, gemaakt voor kinderen die beter naar plaatjes kijken dan naar blokken tekst. De hoofdpersonen zijn twee schooljongens die zelf strips maken, en Pilkey imiteert hun kinderlijke tekenstijl: de pagina's zien eruit alsof een groep achtjarigen ze heeft gemaakt tijdens de pauze. Dat is geen gebrek aan techniek maar een bewuste keuze — Pilkey weet dat zijn doelgroep zich herkent in personages die ook worstelen met school, lezen en volwassenen die het niet snappen.
De drie auteurs hieronder delen dat uitgangspunt: ze maken boeken voor kinderen die niet van zichzelf naar de bibliotheek gaan, die liever tekeningen zien dan beschrijvingen lezen, en die humor belangrijker vinden dan literaire ambitie. Ze werken allemaal met visuele grappen, korte hoofdstukken en verhaallijnen waarin kinderen slimmer of brutaler zijn dan de volwassenen om hen heen. Maar ze wijken elk op een ander punt af van Pilkeys aanpak — in hoe veel tekst ze gebruiken, hoe absurd de wereld mag worden, en hoeveel ruimte er is voor echte spanning naast de grappen.
Jeff Kinney
Beide schrijven grappige, visueel sterke verhalen voor kinderen van 8-12 jaar waarin tekeningen en strips cruciaal zijn voor het verhaal. Kinney's Het leven van een loser en Pilkey's Kapitein Onderbroek delen dezelfde humor, doelgroep en leesbaarheid voor onwillige lezers.
Match-score van 9/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse bedenker van Het leven van een loser — twintig delen rond Bram Botermans.
Waar Pilkey volledig op strips en tekeningen leunt — elke pagina is visueel vormgegeven, met stripballonnetjes, flipboek-hoekjes en nauwelijks doorlopende tekstblokken — schrijft Kinney een hybride vorm: dagboekfragmenten in doorlopende alinea's, met cartoons in de kantlijn die de tekst toelichten of aanvullen. Pilkeys verhalen zijn pure slapstick en absurdisme (een hond die half-politieagent-half-cyborg is, een kapiteinsonderbroek die vliegt), terwijl Kinney realistischer blijft: Bram Botermans woont in een herkenbaar gezin, gaat naar een normale middelbare school en zijn problemen zijn alledaags — pestkoppen, vervelende broers, een mislukte presentatie. Kinney's humor zit in droge observaties en sociale schaamte; Pilkeys humor zit in visuele chaos en woordgrappen.
Begin met Het leven van een loser: logboek van Bram Botermans (2009), het eerste deel. Daar zie je meteen hoe Kinney tekst en beeld combineert zonder volledig over te stappen naar strips, en de toon — eerstepersoonsperspectief, korte scènes, alledaagse ellende — laat zien waarom kinderen die Pilkey te chaotisch vinden hier wél blijven hangen. Bram probeert populair te worden op school en faalt op herkenbare manieren, zonder dat het verhaal ooit Superman-ondergoed of robotbenen nodig heeft om grappig te blijven.
Andy Griffiths
Griffiths' waanzinnige boomhut-reeks heeft dezelfde absurde humor, visuele grappen en ongebreidelde fantasie als Pilkey's werk. Beide auteurs mikken op kinderen die houden van slapstick, overdrijving en tekeningen die het verhaal voortstuwen.
Match-score van 8.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Australisch kinderboekenauteur van De waanzinnige boomhut, drie keer bekroond door de Nederlandse Kinderjury.
Waar Pilkey zijn verhalen presenteert als door kinderen gemaakte strips — met opzettelijk kinderlijke tekeningen, simpele gezichten en stripballonnen — schrijft Griffiths langere teksten waarin illustrator Terry Denton wel overal tekeningen en cartoons tussendoor zet, maar die tekeningen functioneren als aanvulling bij een doorlopend verhaal in plaats van als vervanging van tekst. Pilkeys wereld draait om superhelden en schurken met absurde superkrachten; Griffiths bouwt een uitdijende fantasiewereld (een boomhut met steeds meer verdiepingen) waarin de absurditeit organisch groeit uit de vraag 'wat als...?'. En Pilkeys werk imiteert bewust de fouten en de onhandigheid van beginnende stripmakers, terwijl Griffiths juist laat zien hoe ver je kunt gaan met professionele illustraties en meta-grappen over het schrijven zelf.
Begin met De waanzinnige boomhut van 13 verdiepingen (2011), het eerste deel van de reeks. Daar introduceert Griffiths zijn signatuur: Andy en Terry wonen in een boomhut vol rare kamers — een bowlingbaan, een haaienbassin, een marshmallow-machine — en het verhaal bestaat uit kleine episodes waarin die kamers gebruikt worden. Het laat meteen zien dat Griffiths meer tekst per pagina zet dan Pilkey, maar dat de grappen net zo visueel en absurd zijn, alleen iets minder chaotisch van vorm.
Jozua Douglas
Douglas schrijft humoristische avonturen voor dezelfde leeftijd (8+) met lichte absurditeit en veel actie. Hoewel minder visueel dan Pilkey, delen beide auteurs een voorkeur voor grappige nonsens en toegankelijke verhalen voor beginnende lezers.
Match-score van 7.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Humoristische avonturenverhalen voor lezers vanaf acht, van Costa Banana tot Professor Prank.
Waar Pilkey graphic novels schrijft waarin tekeningen en tekst gelijkwaardig zijn — met stripballonnen, flipboek-animaties en pagina's die vooral visueel werken — schrijft Douglas traditionele kinderromans met illustraties die de tekst ondersteunen maar niet vervangen. Pilkeys humor is puur slapstick en visuele nonsens (een kat die een robo-muis bouwt, een hond die vliegt), Douglas' humor is verbaler: grappige namen, overdrijving in beschrijvingen, woordgrappen in de dialoog. En Pilkeys hoofdpersonen zijn schooljongens die strips maken en superhelden spelen; Douglas' hoofdpersonen zijn kinderen die échte avonturen beleven — met boeven, achtervolging, exotische locaties — alleen dan in een licht absurde variant waarin de volwassenen net iets te dom zijn en de kinderen net iets te slim.
Begin met De gruwelijke generaal (2015), het eerste Costa Banana-deel en winnaar van de Pluim van de Kinderjury. Het speelt op een tropisch eiland waar een dictator de baas is en kinderen hem proberen te slim af te zijn — avontuur, spanning en humor, maar dan in doorlopende hoofdstukken in plaats van strips. Het is de beste manier om te zien of je kind na Pilkey toe is aan méér tekst en minder plaatjes, maar nog steeds dezelfde snelheid en absurditeit wil.
Niet wat je zoekt?
Onze Leesvolger leest je smaak — vertel wat je net las en wat je ervan vond, krijg drie boeken die echt passen.
Probeer Leesvolger →







