Boeken zoals Jeff Kinney
Drie auteurs die dezelfde leeservaring leveren als Jeff Kinney. Geen "klanten kochten ook"—handgekozen op thema, sfeer en stem. Met per auteur de drie boeken om mee te beginnen.
Jeff Kinney tekent een wereld waarin middelbare scholieren zichzelf overschatten, ouders net iets te weinig begrijpen en vriendschap altijd op het punt staat om te mislukken. Het dagboek van Bram Botermans — met zijn strakke mix van korte tekst en cartooneske illustraties — is de blauwdruk geworden voor wat kinderen tegenwoordig een 'makkelijk boek' noemen: visueel, grappig, met hoofdstukken die snel voorbij zijn. De humor zit niet in punchlines maar in herhaling, in terugkerende patronen van falen en doorzetten, in de droge stem waarmee Bram zijn eigen gedrag beschrijft zonder zichzelf écht te snappen.
De drie auteurs die hieronder volgen, werken met datzelfde uitgangspunt: maak lezen zo laagdrempelig mogelijk, zonder de lezer dom te vinden. Ze delen Kinney's vertrouwen in tekeningen, in humor die niet uitgelegd hoeft te worden, in hoofdpersonen die zelf vertellen hoe het mis gaat. Waar Kinney het dagboek als vorm kiest, kiest Pilkey de graphic novel, Russell opnieuw het dagboek maar dan vanuit een meisje, en Griffiths de meta-vertelling waarin de auteur en illustrator zelf in het verhaal zitten. Wat ze allemaal gemeen hebben: ze respecteren kinderen die niet van lange zinnen houden, en ze begrijpen dat een grap op de bladzijde net zo hard kan landen als een grap in een stripboek.
Dav Pilkey
Beide schrijven graphic novels voor kinderen die moeite hebben met lezen — humor, cartoons en chaotische hoofdpersonen die school en volwassenen tot doelwit maken. Pilkey's Dog Man en Kapitein Onderbroek zijn qua toon, format en doelgroep vrijwel identiek aan Kinney's Dagboek van een Wimpy Kid.
Match-score van 9.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse maker van Dog Man en Kapitein Onderbroek — graphic novels voor kinderen die liever niet lezen.
Waar Kinney vasthoudt aan het dagboekformat — een jongen die zijn eigen dag noteert, met tekeningen erbij — maakt Pilkey volledige graphic novels waarin verhaal en beeld gelijkwaardig zijn. De Dog Man- en Kapitein Onderbroek-boeken hebben geen verteller die terugkijkt; ze spelen zich af in het nu, met tekstballonnen en stripvakjes. Kinney's humor zit in sociale onhandigheid en middelbare schoolpolitiek; Pilkey mikt op slapstick, lichaamsgrappen en absurditeit zonder realistische setting. Bram Botermans probeert populair te worden; Dog Man redt de wereld van robots en zombies. Ook qua leeservaring verschilt het: Kinney vraagt nog steeds dat je doorlopende tekst leest, Pilkey vraagt vooral dat je de plaatjes volgt.
Begin met Dog Man, het eerste deel uit 2016. Daar zie je meteen waarom kinderen die Het leven van een loser leuk vinden ook hier blijven hangen: korte scenes, veel beweging op de bladzijde, een hoofdpersoon die dingen verkeerd doet maar toch wint. Het introduceert het flipboek-trucje dat Pilkey in elk boek herhaalt, en je hoeft geen achtergrondkennis te hebben — de proloog legt binnen vier pagina's uit hoe een hond en een politieagent samensmelten tot superheld.
Rachel Renée Russell
Russell's Dagboek van een muts volgt exact hetzelfde dagboek-met-tekeningen-format als Wimpy Kid, maar dan met een meisje als hoofdpersoon. Zelfde leeservaring: middelbare school, sociale blunders, visuele humor en een licht cynische blik op peers en ouders.
Match-score van 8.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse middle grade-auteur van Dagboek van een muts en Max Kruimel.
Waar Kinney zijn hoofdpersoon Bram Botermans laat worstelen met schoolhiërarchie en mannelijke vriendschap — skaten, gamen, broers pesten — draait Russell alles om meisjesvriendschappen, crushes en de vraag of je bij de populaire groep past. Nikki Maxwell houdt net als Bram een dagboek bij, maar de toon is bekennend en emotioneel in plaats van droog; ze schrijft over gevoelens, niet alleen over gebeurtenissen. Russell gebruikt meer kleur in haar illustraties en de doodles zijn decoratiever, minder functioneel dan Kinney's strakke cartoons. Ook het ritme verschilt: Russell bouwt langzaam naar een crisis (een feest, een audition, een rivaliteit met de populairste meid), terwijl Kinney eerder losse schooldagen aan elkaar rijgt zonder grote climax.
Begin met Dagboek van een muts, deel 1 (Tales From a Not-So-Fabulous Life, 2009). Daar leer je Nikki kennen op haar eerste dag op een nieuwe school, precies zoals Kinney's eerste deel Bram introduceert. Je ziet hoe het dagboekformat werkt — tekeningen tussen de regels door, Nikki die rechtstreeks tegen jou praat — en waarom het voor meisjes werkt die Kinney te 'jongensachtig' vinden. Het boek legt meteen de basis voor haar vriendschap met Chloe en Zoey, en voor haar conflict met MacKenzie, de antagonist die in elk volgend deel terugkomt.
Andy Griffiths
Griffiths' Waanzinnige boomhut-reeks deelt Kinney's absurdistische humor en visuele storytelling, met illustraties van Terry Denton die net zo bepalend zijn als Kinney's eigen tekeningen. Beide auteurs maken chaos en overdrijving tot handelsmerk voor kinderen tussen 8 en 12.
Match-score van 7.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Australisch kinderboekenauteur van De waanzinnige boomhut, drie keer bekroond door de Nederlandse Kinderjury.
Waar Kinney zijn verhaal verankert in herkenbare middelbare schoolsituaties — gymles, vriendenruzies, ouders die regels stellen — laat Griffiths elke pretentie van realisme vallen. De waanzinnige boomhut heeft geen plot over populair worden of vriendschap verdienen; het is een aanleiding voor absurde scenarios waarin Andy en Terry een marshmellow-pistool uitvinden, een haaienbad aanleggen of door een tijdmachine achterna gezeten worden. Kinney's tekeningen ondersteunen de tekst, maar Griffiths en Denton maken stripsequenties die soms hele pagina's overnemen. Ook het tempo is anders: Kinney werkt met korte hoofdstukken die samen een week of maand beslaan, Griffiths met losse, chaotische avonturen die zichzelf binnen één dag voltrekken.
Begin met De waanzinnige boomhut (The 13-Storey Treehouse, 2011), het eerste deel. Het introduceert Andy en Terry, laat zien hoe de boomhut werkt — met zijn dertien verdiepingen vol zwembaden, bowlingbanen en een auto-op-maat-machine — en toont meteen het meta-element: Andy en Terry móeten een boek schrijven (dit boek) en raken daarbij voortdurend afgeleid. Voor kinderen die Het leven van een loser leuk vonden maar toe zijn aan iets gekkers, zonder schoolstress, is dit de perfecte volgende stap.
Niet wat je zoekt?
Onze Leesvolger leest je smaak — vertel wat je net las en wat je ervan vond, krijg drie boeken die echt passen.
Probeer Leesvolger →







