Lees-alikes

Boeken zoals Liz Pichon

Drie auteurs die dezelfde leeservaring leveren als Liz Pichon. Geen "klanten kochten ook"—handgekozen op thema, sfeer en stem. Met per auteur de drie boeken om mee te beginnen.

Wat verbindt deze drie

Liz Pichon tekent haar verhalen. Niet als bijzaak, maar als kern: pagina's vol krabbels, strippanelen, handgeschreven lettertypes en visuele grappen die onderdeel zijn van het verhaal zelf. Dat principe — de pagina als canvas waar tekst en beeld samenkomen — komt rechtstreeks uit haar achtergrond als grafisch ontwerper en illustrator. In de Tom Groot-reeks volg je een schooljongen die zijn dagelijkse leven vastlegt als een soort visueel dagboek, met terugkerende thema's als school, familie, de band die hij met zijn vriend wil oprichten, vervelende klasgenoten en kleine ergernissen. De haakjes in de titels — Is dat even mazzel (of niet?), In topvorm (maar soms even niet) — zetten de toon: zelfrelativerende humor die een stellige bewering meteen weer ondermijnt.

De drie auteurs hieronder delen dat hybride vertellen, maar pakken het op hun eigen manier aan. Jeff Kinney legt de nadruk op het dagboekformat en droge eerstepersoonsstem, Dav Pilkey kiest voor volledige graphic novels met absurdistische grappen, en Lincoln Peirce combineert doorlopend proza met cartoonstroken uit zijn achtergrond als krantenstripper. Alle drie mikken op dezelfde doelgroep — kinderen tussen pakweg acht en twaalf die liever korte stukken tekst met veel beeld lezen — maar de verschillen in tempo, scope en tone zitten in de details.

#1 · Match 9.5/10

Jeff Kinney

Beide schrijven dagboekachtige kinderboeken vol cartoons en humor over schoolleven — Tom Gates en Bram Botermans zijn bijna familie in toon, doelgroep en vormgeving.

Waarom deze match werkt

Match-score van 9.5/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse bedenker van Het leven van een loser — twintig delen rond Bram Botermans.

Waar verschilt Jeff Kinney

Waar Pichon de pagina als speelveld gebruikt en visuele chaos omarmt — krabbels die over de kantlijn heen lopen, strippanelen midden in de tekst, handgeschreven titels — houdt Kinney de lay-out strakker. Zijn cartoons staan consequent in de kantlijn, de tekst is getypt in een handschriftlettertype, en de dagboekstructuur is formeler. Pichons Tom vertelt associatief en springt tussen ideeën; Kinneys Bram Botermans verhaalt chronologischer, per dag of per gebeurtenis. Ook de hoofdpersoon verschilt: Tom is enthousiast en creatief, Bram cynischer en meer gericht op status en populariteit. Kinney zoomt vaker in op sociale hiërarchie en de onhandige pogingen om erbij te horen; Pichon richt zich meer op de alledaagse chaos van school en familie zonder dat Toms sociale positie centraal staat.

Beste startpunt

Begin met Logboek van Bram Botermans (2009), het eerste deel. Het introduceert Bram, zijn beste vriend Theo en de middelbare school waar hij naartoe gaat — precies het soort setting dat Tom Groot-lezers herkennen, maar met Kinneys drogere toon en nadruk op sociale dynamiek in plaats van visuele chaos. Je ziet meteen hoe het dagboekformat werkt en welke humor Kinney hanteert, zonder dat je middenin een reeks instapt.

#2 · Match 8/10

Dav Pilkey

Net als Pichon combineert Pilkey grappige tekeningen met verhalen voor kinderen die liever niet lezen; beide auteurs maken gebruik van visuele humor en korte, toegankelijke hoofdstukken.

Waarom deze match werkt

Match-score van 8/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse maker van Dog Man en Kapitein Onderbroek — graphic novels voor kinderen die liever niet lezen.

Waar verschilt Dav Pilkey

Waar Pichon tekst en beeld afwisselt binnen een doorlopend verhaal, kiest Pilkey voor volledige graphic novels: elk paneel is een tekening, de tekst staat in tekstballonnen, en de verhaalstructuur volgt strikte stripconventies. Pichons Tom Groot draait om herkenbare schoolsituaties met terugkerende personages; Pilkeys Dog Man is absurdistisch en over-the-top, met superhelden, schurken en slapstickgeweld. Ook de doelgroep verschilt licht: Pilkey mikt vooral op kinderen die überhaupt niet willen lezen en trekt hen over de streep met flipboek-animaties, bewuste spelfouten en visuele grappen zonder diepere laag. Pichons humor zit in timing en zelfreflectie; Pilkeys humor zit in overdrijving en chaos. Waar Pichon een verhaal vertelt dat toevallig visueel is, maakt Pilkey strips die toevallig in boekvorm verschijnen.

Beste startpunt

Begin met Dog Man (2020), het eerste deel van de Nederlandse editie. Het is een korte, toegankelijke graphic novel met absurde humor en veel beeld — precies het type boek voor kinderen die Pichons visuele aanpak leuk vinden, maar liever helemaal geen doorlopende tekst willen. Je ziet meteen hoe Pilkey met stripconventies werkt en of die volledig visuele vorm bij je past, zonder dat je een lange reeks hoeft te verkennen.

#3 · Match 8/10

Lincoln Peirce

Peirce schrijft met Niek de Groot eveneens schoolhumor in dagboekvorm met cartoons — dezelfde mix van tekst en beeld die Tom Gates-lezers herkennen, al iets minder visueel gedreven dan Pichon.

Waarom deze match werkt

Match-score van 8/10 op basis van thema, sfeer en lees-experience — niet op populariteit of marketing-overlap. Amerikaanse cartoonist achter de Niek de Groot-reeks: schoolhumor in woord en strip.

Waar verschilt Lincoln Peirce

Waar Pichon de pagina als canvas gebruikt en visuele chaos als onderdeel van de grap, houdt Peirce de structuur overzichtelijker: zijn cartoons en stripstroken zijn duidelijk afgebakend van de proza-alinea's, en de lay-out volgt een voorspelbaarder ritme. Pichons Tom is creatief en enthousiast; Peirces Niek is eigenwijzer en meer gericht op competitie, sport en status binnen de schoolhiërarchie. Ook de tone verschilt: Pichon schrijft warmer en relativeert sneller, Peirce legt meer nadruk op Nieks zelfoverschatting en de botsingen met leraren en klasgenoten. Waar Pichon de band, familie en dagelijkse chaos centraal stelt, richt Peirce zich vaker op sportieve rivaliteit en schoolconflicten. Het visuele element is bij Peirce minder dominant dan bij Pichon — meer aanvulling dan kern van het verhaal.

Beste startpunt

Begin met Niek de Groot: lekker bezig! (2015) of Niek de Groot in topvorm (2016), vroege Nederlandse delen waarin de toon stevig staat. Je ziet meteen hoe Peirce proza en cartoons afwisselt en of Nieks eigenwijze stem bij je past, zonder dat je het nieuwste deel hoeft af te wachten. Voor lezers die van sport houden ligt Niek de Groot gaat voor goud (2022) voor de hand, omdat de competitieve lijn daar centraal staat — een element dat bij Pichon minder prominent is.

Niet wat je zoekt?

Onze Leesvolger leest je smaak — vertel wat je net las en wat je ervan vond, krijg drie boeken die echt passen.

Probeer Leesvolger →